Wet- en regelgeving

Klimaatbeleid kent verschillende instrumenten

Zakelijke energiegebruikers komen in aanraking met klimaatbeleid via verschillende nationale- en internationale wetgevingsinstrumenten.   

Convenanten

In de convenanten MJA3 en MEE zijn afspraken vastgelegd omtrent energiebesparing. Deelnemende bedrijven moeten o.a. energiebesparende maatregelen nemen en een energie-efficiëntieplan maken. De afspraken zijn niet vastgelegd in wet- en regelgeving, maar zijn ook niet vrijblijvend. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) monitort en rapporteert jaarlijks over resultaten. Deze resultaten worden gedeeld met de Tweede Kamer.

Emissiehandel (EU ETS)

Sinds 2005 bestaat het Europese emissiehandel systeem (EU ETS). Dit is het belangrijkste Europese instrument om broeikasgassen terug te dringen. Grote uitstoters nemen verplicht deel aan het handelssysteem. Het EU ETS werkt op basis van het ‘cap and trade’ principe: er wordt een plafond ingesteld op de totale uitstoot van de deelnemende sectoren. Dat plafond neemt jaarlijks af en daarbinnen kunnen bedrijven uitstootrechten ontvangen of verkopen.

Full Disclosure

Per 1 januari 2020 zijn leveranciers bij Nederlandse wet verplicht om de herkomst van alle fysiek geleverde elektriciteit aan te tonen. Het aantonen van herkomst van hernieuwbare elektriciteit was al mogelijk met het Europese systeem voor Garanties van Oorsprong (GvO). Nieuw aan Full Disclosure is dat in Nederland voor fossiele elektriciteit een certificaat van oorsprong (CvO) moet worden afgeboekt door de leverancier.

Informatieverplichting energiebesparing

In 2019 hebben bedrijven met een verbruik vanaf 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m³ aardgas een informatieplicht. Dit houdt in dat zij moeten rapporteren over energiebesparende maatregelen die ze treffen. Na 2020 zal deze vierjaarlijkse informatieplicht worden opgenomen in de Omgevingswet.

Omgevingswet

In 2021 wordt de Omgevingswet ingevoerd. Tientallen wetten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, infrastructuur, water en milieu worden samengevoegd. Dit betekent dat zowel overheden als bedrijven op een nieuwe manier moeten gaan werken met vergunningen.

Regionale Energie Strategieën

De Regionale Energie Strategieën, oftewel RESsen, vormen samen een belangrijk uitvoeringsinstrument voor het Nederlandse Klimaatakkoord. Nederland is opgesplitst in 30 regio’s. Binnen die regio’s worden plannen gemaakt voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde infrastructuur. De bedoeling is dat maatschappelijke partners, het bedrijfsleven netbeheerders en waar mogelijk bewoners zijn betrokken bij de totstandkoming van de RESsen.

Richtlijn Energie Efficiëntie

Bevordering van energie-efficiëntie is een belangrijke pijler van het Europese energie- en klimaatbeleid. In de Europese Richtlijn Energie Efficiëntie (EED) heeft de EU afspraken gemaakt over een Europese doelstelling van ten minste 32,5% meer energie-efficiëntie in 2030 ten opzichte van 2007. Ook moeten landen voldoen aan een jaarlijkse besparingsverplichting en dienen bedrijven een vierjaarlijkse energie-audit uit te voeren om aan te tonen hoe energie-efficiëntie verbeteringen aan te tonen.

Hernieuwbare Energie

Een andere belangrijke pijler van het Europese energie- en klimaatbeleid is het bevorderen van verbruik van energie uit duurzame bronnen. De Europese landen hebben afgesproken dat in 2030 ten minste 32% van de totale energieconsumptie in Europa hernieuwbaar moet zijn. De Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED) bevat verschillende bepaling om duurzaam energieverbruik te stimuleren, waaronder Garanties van Oorsprong (GvO’s) en duurzaamheidscriteria voor biomassa, biovloeistoffen en biogassen.