De Europese Commissie heeft een Duits steunpakket à €3,8 miljard goedgekeurd. Het geld is gereserveerd om een deel van de elektriciteitskosten van de energie-intensieve industrie te compenseren. Goed nieuws voor de industrie, maar hoeveel van dat bedrag komt daadwerkelijk bij bedrijven terecht? En in hoeverre verlicht dat de moeilijke situatie van de basisindustrie en levert het een bijdrage aan het tegengaan van de-industrialisatie?
Opzet compensatiemechanisme “industriestrompreis”
De opzet van het mechanisme is in lijn met de Europese staatssteunregels (CISAF). De regels stellen lidstaten in de gelegenheid om energie-intensieve bedrijven te compenseren voor hoge elektriciteitsprijzen. De toegestane steun mag maximaal 50% van de gemiddelde groothandelsprijs van elektriciteit op jaarbasis bedragen, en mag slechts worden toegepast op maximaal 50% van het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van het bedrijf. Door het ontvangen van de steun mag de uiteindelijke prijs per MWh elektriciteit voor het in aanmerking komende verbruik niet lager uitkomen dan €50/MWh. De voorwaarde is dat de helft van het ontvangen bedrag wordt geïnvesteerd in het verduurzamen van bestaande installaties, of het bouwen van nieuwe duurzame installaties.
In Duitsland komen 9.500 bedrijven in aanmerking voor de regeling. Bedrijven kunnen steun ontvangen voor maximaal drie jaar. Op basis van het budget komt dit neer op gemiddeld circa €400.000 per bedrijf verspreid over drie jaar. Bedrijven moeten elk jaar een aanvraag indienen voor steun.
Samenhang met de indirecte kostencompensatie (IKC)
Bedrijven die al gebruikmaken van de IKC profiteren niet of nauwelijks van deze nieuwe regeling. Conform de staatssteunregels mag het totaalbedrag aan steun dat bedrijven kunnen ontvangen via beide regelingen samen niet hoger uitkomen dan het maximale bedrag dat via één van beide regelingen afzonderlijk zou zijn toegekend.
De sectoren die in aanmerking komen voor de IKC en de industriestrompreis overlappen voor een groot deel. De lijst sectoren die in aanmerking komen voor de industriestrompreis is wel uitgebreider. Delen van de halfgeleiderproductie, voedingsmiddelenindustrie, datacenters en batterijproductie – sectoren die buiten de ETS-gebaseerde IKC-afbakening vallen – komen in aanmerking voor de industriestrompreis, maar niet voor de IKC.
Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld: “De Duitse overheid heeft de regeling zoals opgesteld in de CISAF direct overgenomen. De goedkeuring door de Europese Commissie van het Duitse compensatiemechanisme lag daarmee in de lijn der verwachting. Hoewel positief nieuws voor Duitse energie-intensieve bedrijven is de vraag hoeveel impact de regeling gaat hebben door de wisselwerking met de IKC. Dat is vooral relevant voor de bedrijven die het onder de huidige marktomstandigheden het moeilijkste hebben. De Duitsers keren de IKC nu al royaal uit. Dat betekent dat vrijwel alle ontvangers van de IKC in Duitsland weinig zullen profiteren van de nieuwe ‘industriestrompreis’. Hiermee doet de regeling weinig aan het probleem van de hoge energiekosten in Europa dat de concurrentiepositie van de industrie ondermijnt. Voor de bedrijven die niet in aanmerking komen voor de IKC is de regeling vanzelfsprekend meer dan welkom. De Duitsers lopen met deze regeling voor op Nederland.”