De uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over congestiemanagement bij gesloten distributiesystemen (GDS’en) brengt belangrijke verduidelijking voor de praktijk, ook al is het beroep van VEMW formeel ongegrond verklaard. Juist op een aantal kernpunten die VEMW heeft ingebracht, geeft het CBb richting die van groot belang is voor aangeslotenen op private netten.
Verplichting voor GDS-beheerder
De aanleiding voor het beroep ligt in de wijziging van de Netcode Elektriciteit in 2024 door de Autoriteit Consument en Markt (ACM), waarbij ook gesloten distributiesystemen verplicht werden deel te nemen aan congestiemanagement. In een eerdere versie zouden GDS-beheerders zelfs bindende afspraken met aangeslotenen op het GDS moeten maken, waar VEMW zich tegen verzette omdat de netcode geen verplichtingen kan opleggen aan partijen op een privaat net. Daar ging de ACM wel in mee, maar de verplichting voor de GDS-beheerder zelf bleef staan.
GDS-beheerder heeft geen flex
Centraal in de zaak stond de vraag of beheerders van private netten verplicht kunnen worden om deel te nemen aan congestiemanagement. Daarbij heeft VEMW nadrukkelijk gewezen op de feitelijke positie van GDS-beheerders: zij beheren uitsluitend passieve infrastructuur. zoals kabels en transformatoren, en beschikken zelf niet over productie- of verbruiksinstallaties. Met andere woorden: zij hebben geen eigen flexibiliteit om aan te bieden. Die zit bij de bedrijven die op het private net zijn aangesloten.
Het CBb erkent deze realiteit. In de uitspraak wordt bevestigd dat de verplichting voor GDS-beheerders geen absolute verplichting is om flexibel vermogen te leveren. De beheerder moet bijdragen aan congestiemanagement, maar alleen binnen de grenzen van wat feitelijk mogelijk is. Daarmee wordt een belangrijk punt van VEMW bevestigd: zonder beschikbare flexibiliteit bij aangeslotenen kan een GDS-beheerder simpelweg niet leveren.
Netveiligheid zwaarwegend
Het CBb onderstreept dat netveiligheid een zwaarwegende reden kan zijn om geen flexibiliteit aan te bieden. Ook als de flexibiliteit wel beschikbaar is gesteld door aangeslotenen op het GDS. Als inzet van flexibel vermogen risico’s oplevert voor de bedrijfsvoering of de integriteit van het private net, mag dat expliciet worden meegewogen. Ook dit sluit aan bij de zorgen van VEMW dat de praktijk van congestiemanagement niet los kan worden gezien van operationele en veiligheidsaspecten bij industriële gebruikers.
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Dat ons beroep is afgewezen, betekent niet dat onze zorgen ongegrond waren. Integendeel: de uitspraak maakt duidelijk dat flexibiliteit niet bij de beheerder zit, maar bij de aangesloten bedrijven, en die kunnen niet verplicht worden. Het expliciet erkennen van netveiligheid als reden om geen flexibiliteit aan te bieden is daarnaast een essentiële bevestiging voor GDS-beheerders. Zelfs als hun aangeslotenen vrijwillig flexibiliteit willen aanbieden mag de GDS-beheerder daar gemotiveerd van afzien. En dat is cruciaal voor een werkbare toepassing.”