De Nederlandse energie-intensieve industrie werkt aan innovatie en verduurzaming. Tegelijkertijd verliezen bedrijven op sommige markten terrein aan buitenlandse concurrenten. Niet altijd omdat zij minder efficiënt zijn, maar omdat de spelregels niet overal gelijk zijn. De papierindustrie maakt zichtbaar wat er op het spel staat.
Papierfabrikant Coldenhove in Eerbeek ontwikkelde een nieuwe techniek om textiel te bedrukken die wereldwijd de standaard werd en installeerde recent nog een e-boiler om de productie verder te verduurzamen. Toch vroeg het bedrijf begin mei faillissement aan. Ook bij WEPA in Swalmen leidde aanhoudende druk tot een ingrijpende reorganisatie. Deze voorbeelden laten zien hoe kwetsbaar industriële bedrijven worden wanneer zij moeten concurreren onder ongelijke voorwaarden. Daarmee raakt de discussie aan een bredere vraag: welke industrie wil Nederland behouden, en op basis waarvan bepalen we wat strategisch van belang is?
Voormalig ASML-topman Peter Wennink kende de papierindustrie in zijn rapport over het toekomstige verdienvermogen van Nederland geen strategische positie toe. VEMW plaatst vraagtekens bij dat oordeel en bij de redenering erachter. Want deze industrie vervult een rol die zelden wordt meegewogen: meer dan 87% van het in Nederland geproduceerde papier en karton bestaat al uit oudpapier. Nederland is daarmee Europees koploper, en dat is niet los te zien van lokale verwerkingscapaciteit. Verdwijnt die, dan wijkt ingezameld oud papier uit naar buitenlandse verwerkers, met extra transportkilometers, emissies en verlies van grip op de keten als gevolg.
“De vraag is niet alleen of we papier kunnen importeren”, zegt Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW. “De vraag is ook wat er gebeurt met de afvalstromen die deze industrie nu verwerkt, waarmee zij aan de basis staan van een circulaire economie. En wat het zegt over ons vermogen om industrie in Nederland te houden als innovatieve bedrijven het hoofd niet boven water kunnen houden door een ongelijk internationaal speelveld.”
VEMW roept beleidsmakers op het strategisch belang van industrie opnieuw te wegen: niet alleen op basis van het eindproduct, maar ook op basis van de bredere functie die sectoren vervullen in de Nederlandse economie. Dat vraagt om een gelijk speelveld ten opzichte van buitenlandse concurrenten, zodat innovatieve industrie in Nederland toekomst heeft.