Kabinet: gezamenlijke aanpak van energietransitie, -betaalbaarheid en -weerbaarheid
Het kabinet Jetten wil de klimaat-, energie-, industrie- en circulaire transities gezamenlijk aanpakken. De geopolitieke conflicten maken de noodzaak van transities en aandacht voor weerbaarheid en kwetsbaarheid alleen maar duidelijker. In een Kamerbrief schetsen de bewindslieden Van Veldhoven en De Bat (KGG) een mix van plannen en maatregelen. VEMW ziet de uitwerking met belangstelling tegemoet. Immers, de urgentie neemt met de dag verder toe.
Maatregelen
Zonder maatregelen die de Nederlandse energiemix veranderen blijven we afhankelijk van import en kwetsbaar voor de gevolgen en kosten van klimaatverandering. Het kabinet houdt vast aan de doelen uit de Klimaatwet, ondanks dat realisatie van het 2030-doel lastig wordt. En gaat onverminderd door met de realisatie van afgesproken maatregelen en versnellen van doorbraken waar mogelijk. Het kabinet wil de elektriciteitsnetten met voorrang verzwaren, inzetten op het oplossen van netcongestie, stimuleren van hernieuwbare schone energie, het elektrificeren van bedrijven en verduurzamen van woningen en het herstellen van een gelijk speelveld voor de energie intensieve industrie. En dat moet – aldus het kabinet - zo veel mogelijk gecoördineerd worden op Europees en internationaal niveau, zonder onnodige nationale koppen. Later dit jaar komt de Europese Commissie met voorstellen om het klimaatdoel voor 2040 van netto 90% emissiereductie in te vullen. De inzet van het kabinet zal zijn: een ambitieus pakket dat investeringszekerheid, marktvertrouwen en een gelijk speelveld biedt.
Nationaal Plan
De maatregelen moeten voortkomen uit een overkoepelende strategie in het zgn. Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) voor de bouw van het nieuwe energiesysteem richting 2050. Waarbij ingegaan wordt op de uitrol van de elektriciteit-, warmte-, waterstof- en CCS-voorziening. Uiterlijk met Prinsjesdag moet de NPE-actualisatie gepubliceerd worden, met vooral de concrete keuzes die nodig zijn richting 2040. Met een verdere uitrol van wind op zee (ambitie: 40 GW), zon en wind op land, waterstof en kernenergie (ambitie: 7 GW). Met sneller bouwen en beter benutten van de infrastructuur. En door ‘Contacts for Difference’ (CfD) mogelijk te maken voor elektriciteit teneinde de investeringszekerheid te vergroten. En investering in opschaling van hernieuwbare (groene) en koolstofarme (blauwe) waterstof, ook vanuit een systeemrol. En een bijmengverplichting voor groen gas. Het kabinet blijft ook inzetten op de afvang, het transport en de opslag van koolstof (CCS). Ook hierbij zal de overheid de aanleg van de benodigde infrastructuur blijven faciliteren en aanjagen. Aramis (definitieve investeringsbeslissing: 2027) is het belangrijkste Nederlandse CCS-project.
Voor piekmomenten introduceert het kabinet een capaciteitsmarkt: een mechanisme dat vraag en aanbod van elektriciteit beter in balans brengt om de leveringszekerheid te waarborgen. Rond de zomer komt het kabinet t.b.v. de leveringszekerheid gas met een visie op strategisch gasbeleid, waarbij het kabinet ook in zal gaan op de rol van zogenaamd kussengas in de gasbergingen.
Kosten
Om meer grip te krijgen op de financiële consequenties van keuzes voor het toekomstige energiesysteem (voorbeeld: totale investeringsopgave in elektriciteitsnetten tot 2040: € 212 - 246 miljard) en de verdeling van de kosten over huishoudens, bedrijven en de overheid, werkt het kabinet samen met de publieke kennisinstellingen PBL, CPB, TNO, CBS en RVO via het meerjarige kennisprogramma Energietransitie Integraal Kostenbeeld (EIK) aan het opbouwen van een robuuste kennisbasis van data, modellen en methodieken. Het kabinet komt hierop terug in de actualisatie van het NPE.
Voor een gelijker speelveld binnen Europa op het vlak van elektriciteitskosten heeft het kabinet tot en met 2035 middelen gereserveerd oplopend tot € 1 miljard per jaar vanaf 2029. Het kabinet breidt de Indirecte Kostencompensatie (IKC) vanaf 2025 uit met 22 extra (sub)sectoren. Met specifieke aandacht voor sectoren die door hoge elektriciteitskosten in zwaar weer verkeren, zoals de chemie. Het kabinet streeft er naar om de nationale CO2-heffing zo snel mogelijk af te schaffen.
Het kabinet gaat door met de bestaande maatwerkafspraken. Met een focus op clusters en gebieden, en op basis van ‘wederkerigheid´. Een aanpak wordt nog verder uitgewerkt. De minister van KGG informeert de Kamer wanneer de nieuwe aanpak of concrete plannen van clusters voldoende concreet zijn.
Uitvoering
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de brief van de minister en staatssecretaris van KGG geeft aan dat het kabinet ambitie, realisme en creativiteit wil tonen met oog voor alle belangen in de samenleving. Teneinde de sterk toenemende uitdagingen m.b.t. de betrouwbaarheid, betaalbaarheid en weerbaarheid van onze energievoorziening en economie het hoofd te kunnen bieden. Het kabinet zet in op de ontwikkeling van een uitrolplan dat haalbaar is. In evenwicht met de verwachte vraagontwikkeling. Met een tussentijdse bijsturing indien nodig. Dat zijn uiteraard mooie doelen, maar wij zien helaas dagelijks de keerzijde wanneer zo’n gecoördineerd uitrolplan en de uitvoering daarvan ontbreken, of onvoldoende concreet of ontoereikend zijn. Met als gevolg een toenemend gebrek aan handelingsperspectief en toenemende investeringsonzekerheid. Het schaadt de economie, de samenleving en een uitzicht op de ontwikkeling van een duurzaam verdienvermogen in Nederland.”
Grünfeld vervolgt: “Wij kijken dan ook met grote belangstelling uit naar de invulling van het aangekondigde uitrolplan om de huidige situatie met betrekking tot onder meer netcongestie, betaalbaarheid, verduurzaming, weerbaarheid en investeringsklimaat aan te pakken. Hoopvol is dat het kabinet erkent dat de energie intensieve industrie zich bevindt in een ‘perfect storm’, met hoge energieprijzen, grote internationale concurrentie, kleine marges en hoge eisen. Wij ondersteunen de Nederlandse inzet gericht op een Europese uitvoeringsagenda voor het versterken van de interne energiemarkt en het oplossen van knelpunten zoals vergunningverlening en netcongestie. En het is bemoedigend dat het kabinet geen voorstander is van invoering van nationale koppen op Europees beleid.”