Industrie in problemen door uitstel betaling IKC
Kabinet moet alles in het werk stellen om tijdige uitkering te realiseren
De indirecte kostencompensatie ETS (IKC) is een essentieel instrument voor de concurrentiepositie van bedrijven die internationaal concurreren. Door de uitbreiding van de regeling nemen de uitvoeringslasten toe waardoor het kabinet besloten heeft de uitbetaling van de IKC uit te stellen. Deze ongewenste ontwikkeling zet de financiële positie van rechthebbende bedrijven onnodig onder druk.
Problematiek
Uit de Voorjaarsnota blijkt dat de uitbetaling van de IKC vertraging oploopt. De compensatie over het verbruiksjaar 2025 zal niet in 2026, maar pas in 2027 worden uitgekeerd. Daarnaast zullen in 2028 meerdere jaren tegelijk worden uitbetaald. Het uitstel van betaling is bevestigd door Minister van Veldhoven in een Kamerbrief over de verduurzaming van de industrie. Uiterlijk op Prinsjesdag zal het kabinet de Kamer verder informeren over de uitwerking van de IKC.
Indirecte kosten compensatie
De IKC compenseert bedrijven voor de indirecte kosten van het EU Emissions Trading System (EU ETS) die doorberekend zijn in de elektriciteitsprijs. Ook bedrijven die volledig draaien op hernieuwbare elektriciteit betalen een premium voor de CO2-kosten. De Europese Commissie heeft recent de mogelijkheid geboden om de IKC uit te breiden. Het kabinet maakt hier gebruik van en stelt extra budget beschikbaar voor de uitbreiding van de IKC. Het aantal (sub)sectoren dat in aanmerking komt neemt daardoor flink toe.
Gevolgen voor bedrijven onderschat
Algemeen Directeur Hans Grünfeld reageert op het uitstel van betaling: ‘De Nederlandse industrie staat al geruime tijd onder druk. De minister heeft meermaals gezegd dat juist in die context de IKC geen bijzaak is, maar een essentieel instrument waar bedrijven op kunnen rekenen. Bedrijven hebben deze middelen vervolgens opgenomen in hun begrotingen. Het plotseling wegvallen daarvan creëert onnodige financiële druk. Bovendien schaadt deze aankondiging het vertrouwen in Nederland als vestigingsland, dat met de herinvoering en uitbreiding van de IKC juist weer wat was toegenomen. De gevolgen van een aangekondigd uitstel van ‘slechts enkele maanden’ lijken gering, maar zijn dat allerminst. Nederland keert, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Frankrijk, de IKC een jaar na dato uit. Bedrijven moeten die kosten dus al ruim een jaar voorfinancieren. Dat daar nog enkele maanden bij komen betekent niet alleen een gat in de begroting voor 2026, maar ook nog extra financieringslasten. Dat het effect van ‘enkele maanden later’ uitbetalen van een compensatie zo ingrijpend is, lijkt onvoldoende te worden erkend door de minister en door de betrokken ambtenaren op het ministerie.’
Grünfeld gaat in op de mogelijke impact op investeringen: ‘Hoewel het kabinet stappen in de goede richting heeft gezet om het investeringsklimaat voor de industrie te verbeteren, doet dit besluit daar afbreuk aan. Een dergelijke vertraging is simpelweg niet acceptabel en riskeert dat broodnodige investeringen uitblijven. Deze ontwikkeling is moeilijk uit te leggen binnen bedrijven met buitenlandse hoofdkantoren waar investeringen in industriële capaciteit en verduurzaming op internationaal niveau worden beoordeeld. Dit ondermijnt het vertrouwen in de Nederlandse overheid en schaadt Nederland als vestigingsland. Wij hopen dan ook dat de minister op korte termijn kan garanderen dat de betalingen op tijd zullen plaatsvinden, zowel nu als in de toekomst.’
De kamerbrief is onderaan deze pagina te vinden.