Terug naar nieuws

Wat is de toekomst van blauwe waterstof?

Waterstof Beleid en toezicht23 februari 2026Paul Villalobos Valdivia

Equinor staakt de bouw van een blauwe waterstoffabriek in de Eemshaven. Nieuws dat bevestigt dat er nog veel ontbreekt in het Europese waterstofbeleid om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen.

Achtergrond

Het Nederlandse en Europese waterstofbeleid richt zich sterk op de opschaling van waterstofproductie via elektrolyse van water met hernieuwbare elektriciteit. Europese regelgeving verplicht lidstaten om in 2030 42% van het waterstofgebruik in de industrie te vervangen door (groene) RFNBO-waterstof, oplopend tot 60% in 2035. Aan de productie en inzet van deze waterstof zijn uitgebreide voorwaarden verbonden. Voor andere ‘kleuren’ waterstof geldt geen vergelijkbare verplichting, maar gelden wel strenge regels. Door de sterke beleidsfocus op elektrolyse blijft er weinig ruimte over voor waterstof die via andere productiemethoden wordt geproduceerd, zoals waterstof uit aardgas waarbij de vrijkomende CO₂ wordt afgevangen en opgeslagen (CCS).

Gevolgen

Afgelopen vrijdag werd weer pijnlijk duidelijk dat er nog veel ontbreekt in het Europese waterstofbeleid om projecten daadwerkelijk van de grond te krijgen, met de aankondiging van het Noorse energiebedrijf Equinor dat een gezamenlijk project met Linde voor de bouw van een blauwe waterstoffabriek wordt gestaakt. Dit project in de Eemshaven zou 210.000 ton blauwe waterstof per jaar produceren voor de Nederlandse en Duitse markt. In 2024 besloot Equinor al een project voor een waterstofpijpleiding van Noorwegen naar Duitsland te schrappen. Een vergelijkbaar project van Equinor samen met ENGIE in Gent (ook 210.000 ton blauwe waterstof per jaar) lijkt vooralsnog wel door te gaan.

In Nederland is een nieuwe SDE++-categorie aangekondigd voor de productie van blauwe waterstof uit restgassen en voor de productie van blauwe waterstof met bestaande steam methane refoming installaties (SMR). Deze tweede categorie is alleen mogelijk indien ‘de installatie onrendabel is en met de huidige financiële situatie niet voortgezet kan worden’, aldus demissionair minister Hermans. Het project van Equinor betreft de productie van blauwe waterstof met een nieuw te bouwen autothermal reforming (ATR) installatie en zou daarom geen aanspraak kunnen maken op de nieuwe SDE++-categorieën

Invloed op verduurzaming van de industrie

Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld reageert: “Het is erg jammer dat een project van dit formaat in Nederland geen doorgang vindt. Het knaagt aan het vertrouwen in de toekomst van – blauwe – waterstof. Het doel van Equinor was om bedrijven toegang te geven tot waterstof voor energetische toepassingen, als alternatief voor aardgas. In de praktijk blijkt dat blauwe waterstof, net als groene waterstof, nog niet kan concurreren met aardgas: de kosten liggen hoger dan de aardgasprijs in combinatie met de ETS-prijs. Daarbovenop komt dat bedrijven die in Nederland blauwe waterstof inzetten automatisch verplicht zijn om administratief 4% van hun waterstofgebruik te vervangen door RFNBO-waterstof, waardoor de businesscase nog verder onder druk gezet wordt.”

Grünfeld vervolgt: “Zowel blauwe als groene waterstof hebben een belangrijke rol in de verduurzaming van de industrie, maar het vinden van een goede balans blijft lastig. Blauwe waterstof is cruciaal voor het opschalen van volumes en het creëren van een liquide Nederlandse en Europese waterstofmarkt. Dit nieuws laat zien dat ook blauwe waterstof beleidsmatige ondersteuning nodig heeft. Een mogelijke oplossing in Nederland is bijvoorbeeld een SDE++-categorie die inzetbaar is voor nieuwe blauwe waterstofproductie-installaties. In Brussel kan een verbreding van de rol van koolstofarme waterstof voor het behalen van de lidstaatverplichtingen deels soelaas bieden.”