Gesloten distributiesystemen

Een eigen netwerk, en nu?

Wanneer zich achter één aansluiting meerdere onroerende zaken bevinden, kan er sprake zijn van een elektriciteitsnet. De eigenaar van een net moet hiervoor een netbeheerder aanwijzen of een ontheffing voor die aanwijzing aanvragen. Als een  ontheffing is toegewezen, is er sprake van een gesloten distributiesysteem (GDS).

Waar gaat het over?
Wanneer achter de aansluiting slechts 1 natuurlijke- of rechtspersoon is aangesloten op de elektriciteitsverbindingen, is sprake van een installatie. Wanneer achter de aansluiting meerdere rechtspersonen zijn aangeslotene op de elektriciteitsverbindingen, is sprake van een net. Met behulp van het 'Stroomdiagram installatie, GDS of DL' kan de situatie makkelijk worden vastgesteld. Indien sprake is van een net moet een netbeheerder worden aangewezen, een ontheffing worden aangevraagd, of ontbinding van het net plaatsvinden. Deze keuze is situatie-afhankelijk, maar vaak wordt gekozen voor het aanvragen van een ontheffing. Een ontheffingsaanvraag moet worden ingediend bij de ACM. Als de ACM de ontheffing verleent, ontstaat een nieuwe ontheffinghouder die voor de partijen binnen zijn geografisch afgebakend gebied nettoegang en markttoegang moet faciliteren.

Wat betekent dit dossier voor u?
Een aangeslotene op een GDS heeft dezelfde rechten als een aangeslotene op het openbare net: recht op  een aansluiting, op transport van energie, op vrije leverancierskeuze en volledige markttoegang. Een ontheffinghouder heeft daardoor vergelijkbare plichten als een openbare netbeheerder: een aansluitplicht, een transportplicht, en een plicht markttoegang te faciliteren. Het geheel aan verplichtingen is omschreven in de voorschriften voor de GDS ontheffinghouder.

Wat is de status van dit onderwerp?
Een ontheffinghouder wijst het energieverbruik op zijn net toe aan de juiste aangeslotenen op basis van een van twee allocatiemethoden: suballocatie of deelname aan het elektronisch berichtenverkeer. Voor bepaalde onderdelen van markttoegang voor de aangeslotene kan deelname aan het elektronisch berichtenverkeer door de ontheffinghouder noodzakelijk zijn. Om deze plicht uit te kunnen voeren, heeft de ontheffinghouder toegang tot het Centrale Aansluitingregister (C-AR) nodig en moet hij zelf EAN-codes kunnen aanmaken. Om deze processen te faciliteren werken de ontheffinghouders nauw samen met de openbare netbeheerders. Ontheffinghouders moeten daarnaast in toenemende mate aan gegevensuitwisselingsvereisten voldoen: full disclosure verplicht het kenmerken van opgewekte elektriciteit en GLDPM verplicht een toename in gegevensuitwisseling met de netbeheerder t.b.v. de netstabiliteit.