VEMW en negen brancheorganisaties roepen op af te zien van verhoging belasting op leidingwater
Tien belangen- en brancheorganisaties, waaronder Vewin en VEMW, roepen op af te zien van de voorgenomen verhoging van de belasting op leidingwater (BoL) per 1 januari 2027. De verhoging leidt tot hogere kosten voor huishoudens, bedrijven en maatschappelijke instellingen, terwijl het effect op waterbesparing naar verwachting zeer beperkt is. De organisaties pleiten voor gerichte maatregelen die waterbesparing en waterhergebruik daadwerkelijk stimuleren.
Hogere belasting draagt niet bij aan watervoorziening
Het kabinet wil de belasting op leidingwater met 23 procent verhogen, van 43,7 naar 53,7 eurocent per kubieke meter. De extra inkomsten vloeien naar de algemene middelen en worden niet ingezet voor (drink)water of verduurzaming. Tegelijkertijd staan drinkwaterbedrijven voor stijgende investeringsopgaven om toekomstige generaties van voldoende, schoon en betaalbaar drinkwater te voorzien. De verwachting is dat drinkwatertarieven hierdoor op termijn onvermijdelijk gaan stijgen. Drinkwater is van essentieel belang voor de volksgezondheid. Het tarief bestaat voor 27% uit belastingen. Een extra belastingverhoging maakt drinkwater, een duurzame eerste levensbehoefte, duurder en draagt niet bij aan de beschikbaarheid ervan.
Waterbesparing is noodzakelijk, maar vraagt volgens de organisaties om investeringen in waterbesparende technieken en waterhergebruik. Een onderzoek uit 2024, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, laat zien dat beprijzing niet zonder meer leidt tot waterbesparing.
Forse lastenstijging voor bedrijven en instellingen
De verhoging komt boven op de eerder besloten afschaffing van het heffingsplafond van de BoL. Vooral bedrijven en instellingen die voor hun productie of dienstverlening afhankelijk zijn van drinkwater worden hierdoor geraakt. Dit zijn niet alleen grootgebruikers, maar ook onder meer de voedingsmiddelenindustrie, horeca, zwembaden, autowasbedrijven, craft brouwerijen, de geneesmiddelenindustrie en andere organisaties die voor hun bedrijfsvoering afhankelijk zijn van drinkwater.
Ter illustratie, een gemeentelijk zwembad dat jaarlijks 25.000 kubieke meter drinkwater gebruikt, betaalde in 2025 nog € 127,50 aan belasting op leidingwater. Door de afschaffing van het heffingsplafond en de voorgestelde tariefverhoging stijgt dit bedrag in 2027 naar € 13.425. Deze stijging gaat ten koste van de exploitatie, verduurzaming of betaalbaarheid van het zwembad. Voor grote industriële watergebruikers kunnen de extra kosten oplopen tot meer dan een miljoen euro.
Oproep tot gerichte maatregelen voor waterbesparing
De brancheorganisaties pleiten voor het schrappen van de tariefverhoging en een alternatieve aanpak die waterbesparing en hergebruik daadwerkelijk stimuleert en aantoonbaar bijdraagt aan lager drinkwatergebruik. Zij pleiten voor het ondersteunen van investeringen in waterbesparing en hergebruik, het wegnemen van juridische en praktische belemmeringen en bevorderen van de beschikbaarheid van alternatieve waterbronnen.
De oproep is ondertekend door Vereniging voor Waterbedrijven in Nederland (Vewin), Koninklijke Vereniging voor Energie, Milieu en Water (VEMW), Koninklijke Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), Vereniging voor Frisdranken, Waters en Sappen (FWS), Nederlandse Brouwers, Koninklijke Horeca Nederland (KHN), Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO), Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), BOVAG