Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie hebben op 20 oktober een voorlopig akkoord bereikt over de marktstabiliteitsreserve (MSR) binnen het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Het automatisch ongeldig verklaren van emissierechten blijft bestaan, maar de drempel wordt verhoogd van 400 naar 700 miljoen rechten. Daardoor blijft de mogelijkheid bestaan om rechten uit het systeem te onttrekken.
Werking van de marktstabiliteitsreserve
In 2013 was een voorraad van ruim 2,1 miljard ongebruikte emissierechten opgebouwd. Over meerdere jaren waren meer rechten beschikbaar gekomen dan nodig waren om de uitstoot af te dekken. Dit overschot drukte de CO₂-prijs en verzwakte daarmee de financiële prikkel om emissies te verminderen.
De MSR werd in het in het leven geroepen om dit op te lossen. De MSR is sinds 2019 operationeel en moet de onbalans tussen vraag en aanbod van emissierechten opvangen. Bij een groot overschot worden rechten aan het veilingaanbod onttrokken en in de reserve geplaatst, bij tekorten kunnen rechten uit de reserve worden vrijgegeven. Op deze manier worden prijsschokken voorkomen en vindt er een geleidelijkere prijsontwikkeling plaats, zo is de gedachte.
Sinds 2023 worden rechten boven een bepaalde hoeveelheid jaarlijks definitief ongeldig verklaard (geïnvalideerd). Deze invalidatie werd bij de ETS-herziening van 2018 ingevoerd. Oorspronkelijk was de invalidatiedrempel gekoppeld aan het veilingvolume van het voorgaande jaar, maar sinds 2024 geldt een vaste drempel van 400 miljoen rechten. Geïnvalideerde rechten kunnen niet meer uit de reserve worden vrijgegeven.
Volgens de Europese Commissie heeft invalidatie het historische overschot aan emissierechten teruggedrongen. Tegelijkertijd stelt zij dat een grotere reservebuffer nodig is om mogelijke marktkrapte vanaf het midden van de jaren dertig op te vangen. Daarom stelde de Commissie op 1 april 2026 voor om de automatische invalidatie te beëindigen.
Compromis tussen Parlement en Raad
Het Europees Parlement koos op 15 september voor behoud van het invalidatiemechanisme, met een verhoging van de drempel naar 650 miljoen rechten. De Raad voor de Europese Unie (de Raad) wilde invalidatie tot eind 2030 opschorten en vanaf 1 januari 2031 een hogere drempel van 800 miljoen rechten hanteren.
De onderhandelingen hebben geleid tot een voorlopig akkoord waarin invalidatie behouden blijft, met een drempel van 700 miljoen rechten. Dit vergroot de ruimte om rechten in de reserve te behouden, maar leidt niet automatisch tot extra rechten op de markt. De voorwaarden voor opname en vrijgave worden met deze wijziging niet aangepast.
Beide wetgevers hebben ook afgesproken dat een geleidelijke verlaging van de invalidatiedrempel onderdeel moet worden van de bredere ETS-herziening. Een concreet afbouwpad is in de officiële bekendmaking nog niet opgenomen.
Parlement en Raad moeten het MSR-akkoord nog formeel goedkeuren. Daarnaast lopen afzonderlijke onderhandelingen over de bredere ETS-herziening voor 2031–2040 en over de warmte- en brandstofbenchmarks voor 2026–2030.
| Hoe komt Europese wetgeving tot stand? De Europese Commissie doet een wetsvoorstel, waarna het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, waarin de lidstaten zijn vertegenwoordigd, ieder hun standpunt bepalen. Daarna onderhandelen zij, met betrokkenheid van de Commissie, over een gezamenlijke tekst. Een voorlopig akkoord moet nog door beide instellingen formeel worden goedgekeurd. De definitieve wetgeving bepaalt wanneer de wijzigingen in werking treden en van toepassing worden. |
Reactie VEMW
VEMW is teleurgesteld dat het invalidatiemechanisme behouden blijft. De hogere drempel vergroot weliswaar de reservebuffer, maar gaat minder ver dan het Commissievoorstel om invalidatie te beëindigen. Het is maar de vraag of de afgesproken beperking van invalidatie voldoende is om een toekomstig tekort aan rechten te voorkomen.
Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW: “Een koersvaste CO₂-prijs ondersteunt investeringen in verduurzaming. Hoge en volatiele CO₂-kosten kunnen tegelijkertijd de investeringsruimte van industriële bedrijven onder druk zetten, zeker wanneer verduurzaming wordt vertraagd door ontbrekende infrastructuur, onvoldoende vraag naar koolstofarme producten of onvoldoende koolstofarme energie. VEMW pleit daarom voor een samenhangende ETS-herziening waarin de reductieprikkel gepaard gaat met uitvoerbare verduurzamingsmogelijkheden en bescherming van het concurrentievermogen van de industrie.”
In de serie ‘EU ETS in beweging’ volgt VEMW de ontwikkelingen rond het Europese emissiehandelssysteem en de gevolgen voor zakelijke energiegebruikers.