Terug naar nieuws

Knelpunten vertragen investeringen en schuiven industriële verduurzaming op

Klimaat Beleid en toezicht20 oktober 2026Tom Streef

De verwachte jaarlijkse emissiereductie in 2030 door verduurzamingsprojecten in de Nederlandse industrie is gedaald van 17,2 naar 13,3 Mton CO₂. Dat blijkt uit een nieuwe inventarisatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Grote projecten bereiken hun geplande investeringsbesluit niet en de verwachte bijdrage van CCS en waterstof neemt af. Het voorzichtige herstel bij elektrificatie compenseert die terugval niet.

Het rapport ‘Verduurzamingsprojecten en knelpunten bij de Nederlandse industrie 2026’ is gebaseerd op 65 interviews tussen februari en april met bedrijven in Nederland over hun verduurzamingsplannen en de knelpunten bij het realiseren daarvan. Bedrijven geven aan dat verduurzaming noodzakelijk is voor hun toekomstperspectief, maar tegelijkertijd schuift realisatie van projecten op tot na 2030 met jaarlijks op tot na 2030, inclusief een potentieel van 4 Mton emissiereductie.

Grote projecten lopen vertraging op of vallen weg

Van de vijf grootste verduurzamingsprojecten waarvoor vorig jaar een definitief investeringsbesluit was voorzien, is dat besluit voor geen enkel project genomen: drie projecten zijn uitgesteld en twee zijn gestopt. Samen vertegenwoordigen zij 2,2 Mton jaarlijkse CO₂-reductie in 2030.

Ook bij de grote projecten waarvoor de besluitvorming nog moet plaatsvinden, blijven de belemmeringen bestaan. Van de twaalf grootste projecten met een gepland investeringsbesluit dit of volgend jaar hebben er tien financiële knelpunten. Bij zeven projecten spelen ook infrastructurele knelpunten, met name in de energievoorziening.

Minder reductie voorzien via CCS en waterstof

De vertraging werkt door in de verwachte bijdrage van verschillende technieken. De voorziene emissiereductie door CCS is voor het tweede achtereenvolgende jaar naar beneden bijgesteld (8,8 Mton in 2024, 6,4 Mton in 2025 en 5,0 Mton in 2026). Ook waterstofprojecten worden uitgesteld of gestopt, volgens het rapport in verband met de neerwaarts bijgestelde verwachte vraag. Elektrificatie laat enig herstel zien, maar de extra reductie is onvoldoende om de terugval bij CCS en waterstof te compenseren.

Uitstel biedt geen zekerheid over latere reductie

Een deel van de beoogde emissiereductie schuift door tot na 2030, maar de inhaalslag is hoogst onzeker. Het rapport meldt dat ruim 80% van de projecten voor 2031–2035 en bijna 90% voor 2036–2040 onzeker is. Bovendien is het totale gerapporteerde reductiepotentieel, inclusief projecten zonder bekend uitvoeringsjaar met 3,0 Mton afgenomen ten opzichte van vorig jaar. Emissiereductie wordt dus niet alleen uitgesteld, maar ook afgesteld.

Algemeen directeur VEMW, Hans Grünfeld: “De neerwaartse bijstelling van de verwachte CO₂-reductie in 2030 is groter dan vorig jaar. Tegelijkertijd worden grote projecten uitgesteld of gestopt. Daarmee dreigt de industrie juist de grote reductiestappen mis te lopen die nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Nu de resterende uitvoeringstijd tot 2030 steeds korter wordt, vraagt dit om een kritische beoordeling van de beleidsaanpak: hoe maken we deze investeringen daadwerkelijk haalbaar? Daarvoor moet het oplossen van knelpunten bij concrete projecten centraal staan: tijdige infrastructuur, een gelijk speelveld en voorspelbare en snelle vergunningverlening. Bedrijven moeten erop kunnen vertrouwen dat deze vereisten beschikbaar zijn wanneer zij investeren. Alleen dan kan de beoogde reductie worden verzilverd.”