De aanpak van netcongestie begint voorzichtig vruchten af te werpen. De groei van de wachtrij voor grootverbruikers vlakt af en in sommige regio’s daalt deze zelfs. In de eerste helft van 2026 hebben regionale netbeheerders 1.699 transportverzoeken voor afname gehonoreerd, meer dan in heel 2025. Ook krijgen steeds meer bedrijven via alternatieve transportrechten op bepaalde momenten toegang tot capaciteit. Dat blijkt uit de nieuwste voortgangsbrief over de aanpak van netcongestie van staatssecretaris De Bat van Klimaat en Groene Groei.
Meer inzicht in effect van beter benutten nodig
Het is positief dat beter benutten van het bestaande net steeds meer resultaat oplevert. Flexibele transportcontracten en congestiemanagement kunnen bedrijven op korte termijn handelingsperspectief bieden en tegelijkertijd ruimte creëren voor andere netgebruikers. Ook worden de eerste zogenoemde congestieverzachters aangesloten en werken netbeheerders aan het verder ontsluiten van flexibiliteit bij bestaande aangeslotenen.
Tegelijkertijd gaat het nog niet snel genoeg. Het is belangrijk om beter inzichtelijk te maken hoeveel extra ruimte de verschillende maatregelen daadwerkelijk opleveren en welk effect zij hebben op de wachtrijen. Daarmee wordt duidelijker waar congestiemanagement daadwerkelijk capaciteit vrijmaakt en waar aanvullende maatregelen nodig zijn.
Ook bij bestaande aangeslotenen ligt nog veel potentieel. Het herziene capaciteitssturingscontract biedt hiervoor betere voorwaarden en moet nu op grotere schaal worden toegepast. Maar alleen goede contractvoorwaarden zijn niet voldoende. Bedrijven moeten daadwerkelijk worden verleid om hun bedrijfsvoering aan te passen en structureel flexibiliteit beschikbaar te stellen.
Passende vergoeding is randvoorwaarde
Een passende vergoeding is daarbij essentieel. Zeker voor bestaande aangeslotenen kan flexibilisering investeringen vergen, bijvoorbeeld in aanpassingen van bedrijfsprocessen, automatisering of installaties. Om die investeringen rond te kunnen rekenen, zijn niet alleen variabele vergoedingen nodig, maar ook vaste, periodieke vergoedingen voor het beschikbaar stellen van flexibiliteit.
Het is daarom belangrijk dat netbeheerders nu initiatief nemen om individuele afspraken te maken en bedrijven op een passende manier te vergoeden. Alleen dan ontstaat een structurele prikkel voor bestaande aangeslotenen om capaciteit beschikbaar te stellen. De overheid en netbeheerders hebben hierover inmiddels afspraken gemaakt, het is nu zaak deze snel en daadwerkelijk in de praktijk te brengen.
Beter benutten én sneller bouwen
De wachtrij voor grootverbruikers met een aanvraag voor afname telt nog altijd 15.498 aanvragen. Bovendien kunnen sinds 1 juli 2026 ook kleinverbruikers in congestiegebieden op een wachtrij terechtkomen.
Beter benutten is daarom geen alternatief voor uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet. Het kan wel helpen om de periode tot nieuwe infrastructuur beschikbaar is te overbruggen en beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten. VEMW vindt het daarom belangrijk dat beide sporen vol worden ingezet: beschikbare ruimte zo snel mogelijk ontsluiten én nieuwe netcapaciteit zo snel mogelijk realiseren. De resultaten van de versnelling van de netuitbreiding zijn volgens het kabinet vooralsnog nog onvoldoende zichtbaar.
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “De eerste resultaten laten zien dat beter benutten van het net werkt, maar we zijn er nog lang niet. We willen beter kunnen zien hoeveel capaciteit congestiemanagement daadwerkelijk vrijmaakt en wat dat betekent voor de wachtrijen. Tegelijkertijd moeten we bestaande aangeslotenen veel sterker stimuleren om flexibiliteit beschikbaar te stellen. Dat vraagt om aantrekkelijke contractvoorwaarden én om een passende, periodieke vergoeding waarmee bedrijven de investeringen in flexibilisering kunnen compenseren. Alleen zo maken we van onbenutte capaciteit daadwerkelijk beschikbare netruimte.”
De Kamerbrief is te vinden in onze Kennisbank.