Directe leidingen, duidelijke regels
VEMW: behoefte wettelijke verankering directe waterstof pijpleidingverbindingen
De Energiewet bevat geen afzonderlijke regeling voor directe pijpleidingverbindingen voor waterstof. Hoe de toezichthouder deze verbindingen gaat behandelen is dus onduidelijk. VEMW pleit daarom in een zienswijze voor een duidelijke wettelijke verankering van directe pijpleidingverbindingen voor waterstof.
Wetgevingstraject: Decarbonisatiepakket en Nederlandse implementatie
Het Europese decarbonisatiepakket (Richtlijn 2024/1788 en Verordening 2024/1789) introduceert regulering voor waterstofinfrastructuur. Onder de regulering vallen netten zoals de waterstofbackbone en eventuele toekomstige waterstofdistributienetten. Ook worden bestaande- en geografisch afgebakende waterstofnetten gereguleerd. Het gros van de artikelen uit dit Europees pakket wordt via de Energiewet omgezet in Nederlandse wetgeving. Conform de Kamerbrief voortgang waterstofbeleid van vorige week zal het pakket in het najaar van 2027 in werking treden.
Onduidelijkheid en ontbreken regeling
De wetgeving biedt op dit moment geen specifieke regeling voor directe pijpleidingverbindingen voor waterstof. Het ministerie van EZK stelt dat regels voor bestaande- en geografisch afgebakende waterstofnetten ook van toepassing kunnen zijn op rechtstreekse verbindingen tussen producenten en individuele afnemers. Dit kan ertoe leiden dat een eigenaar van een directe pijpleidingverbinding wordt geconfronteerd met verplichtingen die zijn bedoeld voor gereguleerde openbare infrastructuur.
Het ontbreken van een wettelijke regeling voor dergelijke verbindingen kan grote gevolgen hebben voor (toekomstige) waterstofprojecten. Zo kunnen import- (ammoniakkrakers en installaties om vloeibare waterstof gasvorming te maken) en productieprojecten (elektrolysers) die rechtstreeks verbonden zijn met een industriële afnemer geconfronteerd worden met vergaande verplichtingen en administratieve lasten. Hetzelfde geldt voor bedrijven die hun waterstof die als restproduct wordt geproduceerd via een korte pijpleiding aan een buurman willen leveren.
Inzet op ruimte voor directe pijpleidingverbindingen
De mogelijkheid van een directe verbinding biedt de Energiewet al voor elektriciteit en aardgas. VEMW pleit daarom voor het creëren van een vergelijkbare mogelijkheid voor waterstof. Dit kan door een afzonderlijk artikel in de Energiewet op te nemen, of door de bestaande regeling voor directe lijnen uit te breiden naar waterstof. Daarbij is het belangrijk dat de regeling voor waterstof passend is voor de ontwikkelingsfase van waterstof en dus niet één-op-één wordt overgenomen uit de bestaande regels voor elektriciteit en aardgas. De waterstofmarkt bevindt zich nog in een opbouwfase en directe verbindingen kunnen juist als aanvullende infrastructuur naast het openbare waterstofnetwerk functioneren. Producenten en afnemers moeten daarom de mogelijkheid behouden om, afhankelijk van de marktomstandigheden, zowel via een directe verbinding als via het openbare waterstofnetwerk waterstof af te nemen of in te voeden.
Algemeen directeur VEMW, Hans Grünfeld: “Een directe pijpleidingverbinding is wezenlijk iets anders dan een waterstofnetwerk. Het gebruik ervan is exclusief belegd bij de producent en afnemer en voegt, door het gebrek aan een doorvoerfunctie voor derden, geen transportcapaciteit toe die beschikbaar is voor de bredere markt. Het is daarom niet doelmatig om de regels die gelden voor openbare infrastructuur toe te passen. Voor de ontwikkeling van de waterstofmarkt is het belangrijk dat bedrijven verschillende infrastructuuroplossingen kunnen combineren. Een directe pijpleidingverbinding kan daarbij een praktische en flexibele oplossing zijn naast het openbare waterstofnetwerk. Het is daarom belangrijk dat bedrijven vooraf duidelijkheid hebben dat een dergelijke verbinding niet automatisch wordt geconfronteerd met verplichtingen die bedoeld zijn voor openbare infrastructuur. Daarmee worden belemmeringen weggenomen voor de realisatie van projecten die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling van waterstof voor Nederland.”
De zienswijze is te vinden in onze Kennisbank.