Waterstofbrief minister geeft markt nog weinig houvast
Belangrijke besluiten over netkosten en waterstofinzet in de industrie uitgesteld
Besluiten over de financiering van het waterstofnetwerk en de invoering van de Wet jaarverplichting voor hernieuwbare waterstof in de industrie laten langer op zich wachten. Dit blijkt uit de nieuwe voortgangsbrief waterstofbeleid van Minister van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei.
Amortisatie waterstofnetwerk
De Kamerbrief biedt nog geen duidelijkheid over toepassing van amortisatie bij de financiering van het landelijke waterstofnetwerk. Wat dit betekent voor de planning van de aanleg van het waterstofnetwerk blijkt niet uit de brief. Met amortisatie worden de kosten van het netwerk over de tijd gespreid. De transporttarieven zijn daardoor in de eerste jaren lager dan de kostengebaseerde tarieven. In een latere fase liggen de tarieven juist hoger, zodat de financiële tekorten uit de volloopfase kunnen worden terugverdiend.
De Kamerbrief behandelt de resultaten van een TNO-onderzoek over de toepassing van amortisatie. TNO concludeert dat afbetaling van de amortisatierekening in vrijwel alle onderzochte gevallen ruim binnen 30 jaar mogelijk is. De bandbreedte van de mogelijke omvang van de rekening is – afhankelijk van de ontwikkeling van de waterstofmarkt en de investeringskosten – wel erg groot (€170 miljoen - €4,9 miljard).
De minister onderzoekt het uitgeven van een overheidsgarantie om financiering van de amortisatierekening met commerciële leningen mogelijk te maken. Een dergelijke garantie zou gepaard gaan met een begrotingsreserve. Het kabinet laat het CBS onderzoeken wat de gevolgen hiervan zijn voor het EMU-saldo en de overheidsschuld. Hierover in Q4 meer informatie.
Jaarverplichting schuift door naar 2028
De invoering van de jaarverplichting voor hernieuwbare waterstof in de industrie (4% RFNBO in 2030) is per 1 januari 2027 niet meer haalbaar. In plaats daarvan is de minister voornemens de jaarverplichting per 1 januari 2028 in te laten gaan. De invoering van de wet is ook noodzakelijk voor de werking van de Subsidieregeling stimulering toename inzet hernieuwbare waterstof in de industrie (STIHWI). Het kabinet wil deze subsidie al in juli 2027 openstellen, maar de regeling kan pas in werking treden nadat het wetsvoorstel is aangenomen. Het kabinet streeft daarom naar afronding van het parlementaire proces uiterlijk 1 juli 2027.
Waterstofverbranding: ruimte voor hogere NOx-concentratie
De Kamerbrief levert bedrijven die waterstof als brandstof willen inzetten goed nieuws. Bij de verbranding van waterstof kan de NOx-vracht – de totale hoeveelheid NOx die per tijdseenheid wordt uitgestoten – vergelijkbaar met of lager zijn dan bij aardgas of procesgassen. De rookgassen zijn bij waterstofverbranding echter geconcentreerder, waardoor de NOx-concentratie hoger kan uitvallen. Dit kan in strijd zijn met huidige normen voor NOx-uitstoot. Na overleg tussen EZK en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is afgesproken dat na een wetswijziging het bevoegd gezag een correctiefactor kan toepassen bij waterstofverbranding. Daarmee kunnen emissies met een hogere NOx-concentratie, maar een vergelijkbare of lagere NOx-vracht, toch worden vergund.
Algemeen directeur VEMW, Hans Grünfeld reageert op de inhoud van de brief: “In de aanloop naar Prinsjesdag werd al duidelijk dat een besluit over de implementatie van een amortisatierekening op zich liet wachten. De reden waarom was niet duidelijk. Nu wordt helder dat het ministerie nog cruciale informatie mist alvorens zij kan overgaan tot het spreiden van de kosten over gebruikers in de tijd (intertemporele kostentoerekening). Dit is begrijpelijk, maar zorgt desondanks voor onzekerheid in een toch al moeizaam ontwikkelendede waterstofmarkt. Aan de ene kant is het zuur voor de gebruikers van het net, die niet weten wat zij aan transportkosten moeten gaan betalen, maar aan de andere kant ook voor de partij wiens verantwoordelijkheid het is om dat netwerk aan te leggen. Wij hopen dat dit uitstel geen grote gevolgen heeft voor de aanleg van het netwerk en de uiteindelijke opleverdatum.”