Op 7 september is de grootste industriële CO2-afvanginstallatie van Europa geopend. Yara produceert in Sluiskil onder meer ammoniak en kunstmest. Bij de ammoniakproductie komt CO2 vrij. Met de nieuwe installatie kan jaarlijks tot 800.000 ton CO2 worden afgevangen en vloeibaar worden gemaakt. Over een periode van vijftien jaar moet ongeveer 12 miljoen ton CO2 permanent worden opgeslagen.
Belangrijk middel verduurzaming industrie
De CO2 wordt vloeibaar gemaakt en tijdelijk opgeslagen op het terrein van Yara Sluiskil. Vervolgens vervoeren schepen van Northern Lights de vloeibare CO2 naar Øygarden aan de Noorse westkust. Vanaf daar gaat de CO2 via een pijpleiding naar een opslaglocatie onder de zeebodem. Volgens Yara vormt het project de eerste volledige grensoverschrijdende keten voor de afvang, het transport en de permanente opslag van CO2.
Carbon capture and storage (CCS), zoals het project van Yara, speelt een belangrijke rol bij de verduurzaming van industriële processen waarvan de emissies moeilijk door elektrificatie of procesaanpassingen kunnen worden vermeden. Ook in het herzieningsvoorstel van de Europese Commissie van het Europese emissiehandelssysteem (EU-ETS) van 17 juli 2026 krijgt de opslag of hergebruik van afgevangen CO2 verdere aandacht. Het voorstel werkt onder meer het kader voor CO2-afvang, transport, opslag en accounting van verschillende vormen van CO2-gebruik verder uit.
Ontwikkeling CCS markt
Nederland ontwikkelt met Porthos en Aramis eveneens infrastructuur voor de opslag van industriële CO2 onder de Noordzee. Het project van Yara laat daarnaast zien dat Nederlandse bedrijven gebruik kunnen maken van opslagcapaciteit in andere Europese landen. Dit is relevant als nationale transport- en opslagcapaciteit bijvoorbeeld beperkt beschikbaar is of projecten vertraging oplopen.
De ingebruikname is een belangrijke stap voor de ontwikkeling van een Europese markt voor CO2-transport en -opslag. Tegelijkertijd blijft de businesscase voor CCS een aandachtspunt. Voor CO2 die aantoonbaar wordt afgevangen en permanent wordt opgeslagen, hoeven onder het EU-ETS geen emissierechten te worden ingeleverd. De vermeden ETS-kosten zijn echter niet noodzakelijk voldoende om alle kosten van afvang, verwerking, transport en opslag te dekken. De rentabiliteit van projecten blijft daardoor mede afhankelijk van overheidssteun, toekomstige CO2-prijzen en de bereidheid van afnemers om voor koolstofarme producten te betalen.
Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW: “De opening van deze CCS installatie is een belangrijke stap in de ontwikkeling van de CO2 markt en infrastructuur in Nederland en Europa. Tegelijkertijd laat het zien dat technische haalbaarheid alleen niet voldoende is. Voor verdere ontwikkeling van de markt zijn een sluitende business case, vraag naar koolstofarme producten en effectieve bescherming tegen carbon leakage nodig. Zolang deze randvoorwaarden niet op orde zijn, komen investeringen in de gehele CCS-keten onvoldoende van de grond. Tenslotte is het van belang dat voor de risico’s in de afvangketen een goede oplossing komt.”