Minister Van Veldhoven (EZK) schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat zij EBN dit vulseizoen maximaal 80 TWh laat vullen in de gasopslagen om aan het Europese vuldoel te voldoen, rekening houdend met analyses van GTS en om voorbereid te zijn op een koudere dan gemiddelde winter. De brief geeft ook een update over de gasleveringszekerheid. Dit naar aanleiding van een onderzoek dat PWC heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van overheidsinterventies op de gasmarkt. Dit onderzoek loopt vooruit op een visie die het kabinet na de zomer aan de Kamer wil aanbieden over strategisch gasbeleid, tegelijk met de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE).
Gasopslag
Op basis van een advies van landelijk gasnetbeheerder GTS is een doel vastgesteld om de gasbergingen in Nederland voor 115 TWh te vullen. Hiermee zijn we voorbereid op een scenario van een extreem koude winter die zich eens in de 30 jaar voordoet, waarbij tegelijkertijd de grootste aanvoerbron uitvalt en waarbij wordt aangenomen dat de LNG-terminals in Europa geen extra gas leveren, en de vraag uit buurlanden constant blijft. De minister heeft voor dit vulseizoen EBN de opdracht gegeven om de gasopslagen maximaal voor 80 TWh te vullen. Zij lijkt hiermee een advies van PWC om overheidsinterventies te beperken ter harte te nemen, rekening houdend met opgelegde Europese vulverplichtingen. Het gestelde maximum aan de overheidsinterventie is gekoppeld aan het functioneren van de gasmarkt. Pas wanneer die markt faalt in het voldoende en tijdig vullen grijpt EBN in.
Conclusies onderzoek
Het stellen van verplichte vuldoelen en een (grote) vultaak voor de overheid verdringt commerciële opslagactiviteiten, wat de noodzaak van verdere overheidsinterventies om gasopslagen te vullen vergroot. Dit is volgens de onderzoekers een zichzelf versterkende dynamiek (‘interventiespiraal’) waarin verplichte vulling prijsopdrijvend werkt en tot structureel stijgende systeemkosten leidt. Het PWC onderzoek is ook kritisch op het aanhouden van een grotere strategische opslag.
Europese aanpak
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “de maatregelen die worden genomen t.a.v. verplichte vulgraden voor gasopslagen en het hebben en inzetten van strategische reserves moet nadrukkelijk op Europees niveau belegd worden. We hebben immers te maken met een open Europese gasmarkt, waarbij gasstromen zich niet aan landsgrenzen houden. Een gasmarkt die goed functioneert, óók onder druk zoals is gebleken in 2022. Waarbij de markt reageert op prijssignalen, zowel aan de vraagkant als de aanbodkant. Ingrijpen in die markt – bijvoorbeeld door hoge verplichte vulgraden voor gasopslagen – met als consequentie een verstoring van het markt prijssignaal, moet zoveel mogelijk voorkomen worden.”
Grünfeld vervolgt: “In het najaar van 2026 vindt een herziening plaats van de EU Voorzieningszekerheid Regulering. Waar die herziening zich op moet richten is voorkoming van maatregelen die de zomer-winter prijsspread verstoren, de oneerlijke kostenverdeling tussen de EU-lidstaten, het ongelijke speelveld, alsook het tempo van afname van opslagcapaciteit door sluiting. Enige reductie is onvermijdelijk, maar een ongeordende sluiting brengt risico’s met zich mee voor de leveringszekerheid. Wij pleiten nadrukkelijk voor een ongestoorde marktwerking, met een strategische reserve om fysieke tekorten in onvoorziene noodsituaties het hoofd te bieden. We kijken met belangstelling uit naar de visie van het kabinet op het strategisch gasbeleid in ons land in relatie tot de Europese gasmarkt.”
Het PWC-rapport en de brief van de minister, zijn te vinden in onze Kennisbank