Wet waterstofverplichting wringt met werkelijkheid
Inbreng van VEMW tijdens het rondetafelgesprek
Algemeen Directeur VEMW in de Tweede Kamer: wetsvoorstel groene waterstofverplichting schaadt concurrentiepositie van de industrie, draagt niet bij aan de ontwikkeling van een duurzame waterstofeconomie en is dus het verkeerde instrument om de energie- en industrietransitie de noodzakelijke impuls te geven.
Wetsvoorstel
Het wetsvoorstel Jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO) in de industrie is op 29 april aangeboden aan de Tweede kamer. Het wetsvoorstel verplicht waterstofgebruikers om 4% van hun waterstofgebruik te vervangen met duurzame RFNBO-waterstof. Voor ammoniakproductie is 60% van het waterstofgebruik uitgezonderd.
Concrete voorbeelden uit de industrie
Om de gevolgen van de voorgestelde verplichting inzichtelijk te maken, heeft VEMW aan de hand van vier praktijkvoorbeelden met bedrijven uit de brandstoffen-, ammoniak- en chemiesector – bp, OCI, Synthomer en LYB – de problematiek in de industrie toegelicht.
De voorbeelden laten zien dat Nederlandse waterstofgebruikers tegen uiteenlopende knelpunten aanlopen. Leden wijzen op technische beperkingen bij de inzet van RFNBO-waterstof en de beperkte mogelijkheid om hogere kosten door te berekenen aan klanten. Dat laatste is problematisch wanneer Nederlandse bedrijven worden geconfronteerd met internationale concurrentie die zich niet hoeft te houden aan dergelijke verplichtingen. De verplichting heeft vervolgens ook gevolgen voor bredere industriële ketens. In verschillende gevallen kan een verslechterde businesscase leiden tot minder investeringen in verduurzaming of tot afname van industriële activiteiten in Nederland. Het creëren van vraag naar duurzame eindproducten kan een oplossing bieden voor deze problematiek.
Vraagcreatie
Volgens VEMW is de creatie van vraag naar duurzame eindproducten noodzakelijk, zodat bedrijven de meerkosten van duurzame waterstof kunnen terugverdienen. De ontwikkeling van een waterstofmarkt vraagt meer dan alleen een afnameverplichting. Om een duurzame waterstofmarkt daadwerkelijk van de grond te krijgen, pleit VEMW naast vraagcreatie voor een Europees gelijk speelveld, effectieve subsidie-instrumenten en betaalbare infrastructuur.
Visie VEMW
Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld reflecteert: "Naast elektronen zijn ook moleculen onmisbaar voor de energie- en industrietransitie. Alle vormen van waterstof – RFNBO, koolstofarm, circulair – kunnen hierin een belangrijke rol spelen en zijn nodig voor de opschaling van de waterstofeconomie. Juist daarom moeten we bedrijven de ruimte geven om de verduurzamingsroute te kiezen waarmee zij hun CO₂-uitstoot tegen de laagste kosten kunnen reduceren. Dat is uiteindelijk ook het meest doelmatig voor de samenleving als geheel. Een verplichting die bedrijven deze keuze ontneemt en dwingt tot één specifieke verduurzamingstechnologie – ongeacht of deze efficiënt of doelmatig is – helpt de verduurzaming van de Nederlandse industrie niet vooruit. Integendeel, bedrijven worden gedwongen een duurdere route te volgen, met risico op productievermindering of verplaatsing van uitstoot. Daarmee brengt deze verplichting de ontwikkeling van de waterstofeconomie niet dichterbij.”
Onze zienswijze en de casussen van bedrijven zijn onderaan deze pagina te vinden.