Dringende oproep: wijzig Methaanverordening
Zorgen marktpartijen over energie-leveringszekerheid
De Methaanverordening kan vanaf 2027 een grote negatieve invloed hebben op de leveringszekerheid van olie en aardgas. Om dit risico te mitigeren is op korte termijn aanpassing van de Europese wetgeving noodzakelijk.
De Methaanverordening
De Methaanverordening (MER) heeft als doel methaanemissies in de energiesector te reduceren. In Europa voldoet 87% van de geïmporteerde olie en 43% van het geïmporteerde aardgas niet aan de verplichtingen uit de MER, blijkt uit een rapport van Wood Mackenzie. Elke lidstaat moet een deel van de MER zelf implementeren. De implementatie is in Nederland recentelijk in gang gezet.
Kritiek op de MER
In de huidige vorm blijken de verplichtingen uit de MER complex en in de praktijk moeilijk uitvoerbaar. Dit geldt zowel voor importeurs van fossiele brandstoffen als voor de inrichting van het toezicht. Zowel bedrijven als lidstaten lopen het risico de wet niet na te leven. Daarnaast zijn de vereiste investeringen voor producenten van olie en gas, maar ook bijvoorbeeld voor beheerders van gesloten systemen voor aardgas, in veel gevallen niet proportioneel ten opzichte van de behaalde emissiereducties.
Om deze kritiek te uiten en oplossingen aan te dragen heeft IFIEC, de Europese koepelorganisatie voor industriële energiegebruikers waarvan VEMW lid is, in samenwerking met andere organisaties een brief verstuurd aan de Europese Commissie en de energieministers van de 27 lidstaten. De brief is de te vinden onderaan deze pagina.
Oplossingen
Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld reflecteert: ‘De doelstelling van de MER is sympathiek. Het verlagen van de wereldwijde methaanemissies is een cruciale stap in het verlagen van mondiale broeikasgasemissies. Helaas blijkt het ‘Brussels-effect’ – het proces waarbij mondiaal wordt voldaan aan EU-regelgeving – onvoldoende krachtig om partijen tijdig te laten voldoen aan de stringente eisen uit de MER vóór de inwerkingtreding in 2027. Er moet dus op korte termijn actie genomen worden om de leveringszekerheid niet op het spel te zetten.’
IFIEC heeft daarom samen met een brede coalitie van producenten, handelaren, importeurs en consumenten het initiatief genomen om met de Europese Commissie in gesprek te gaan. De Commissie zoekt naar werkbare oplossingen binnen de MER. De Commissie verkent onder meer opties waarbij import uit een aantal belangrijke producerende landen, zoals het Verenigd Koninkrijk, Noorwegen, de Verenigde Staten, Qatar en Nigeria, mogelijk blijft. Volgens Wood Mackenzie zal, zelfs wanneer import uit deze landen wordt toegestaan, de impact op de gasprijzen naar verwachting vergelijkbaar zijn met de prijsstijgingen die we momenteel zien als gevolg van de crisis in het Midden-Oosten.
Grünfeld vervolgt: ‘Om de leveringszekerheid te borgen, is het duidelijk dat oplossingen binnen de huidige kaders van de MER ontoereikend zijn. Met name de verplichtingen rond het verzamelen en rapporteren van methaanemissiedata volgens Europese standaarden, die vanaf 2027 van kracht worden, komen te vroeg. Het gros van de mondiale olie- en gasproductie – zoals blijkt uit het rapport van Wood Mackenzie – zal niet voldoen aan deze eisen. Hoewel de doelstellingen en maatregelen van de MER waardevol zijn, moeten marktpartijen voldoende tijd krijgen om hieraan te kunnen voldoen. Daarom steunen wij bij monde van IFIEC deze oproep om de inwerkingtreding van deze verplichtingen uit te stellen en zo de leveringszekerheid te waarborgen.’