Terug naar nieuws

Gaat kabinetsbeleid voor industrie - naast richting geven - ook leveren?

Elektriciteit Gassen Klimaat Industriewater Beleid en toezicht9 maart 2026Jacques van de Worp

Het nieuwe kabinet wekt verwachtingen en tegelijkertijd is er alle reden voor voorzichtigheid. Dat was de rode draad tijdens een webinar van VEMW over de politieke en economische betekenis van het coalitieakkoord voor industrie, energie en water. De conclusie: de toon is constructiever, maar voor bedrijven telt uiteindelijk vooral of het kabinet ook echt gaat leveren.

Precaire situatie

VEMW-Algemeen directeur Hans Grünfeld schetste in zijn opening de precaire positie van de industrie. Juist in een tijd van geopolitieke onzekerheid is een sterke industrie van groot belang voor Nederland. Tegelijkertijd hebben bedrijven behoefte aan duidelijke randvoorwaarden zoals een gelijk speelveld, consistent beleid en investeringszekerheid. Volgens Grünfeld snakt het bedrijfsleven vooral daarnaar.

Uitdagingen en perspectief

ING-econoom Gerben Hieminga bekeek het akkoord vanuit economisch perspectief. Hij ziet positieve elementen, zoals aandacht voor elektrificatie, verlichting van de elektriciteitskosten en het schrappen van nationale koppen op Europees beleid. Ook de inzet op netcongestie en de voortzetting van belangrijke instrumenten voor verduurzaming noemt hij waardevol. Toch blijven de grote knelpunten volgens hem overeind. De concurrentiekracht van de Europese industrie staat nog altijd onder zware druk door structureel hoge energieprijzen. De groeimarkt zit niét in Europa en de geopolitieke conflicten zetten de concurrentiekracht nog verder onder druk. Ook netcongestie blijft een fundamenteel probleem. Slimmer benutten van het bestaande net helpt, maar zonder forse uitbreiding van de netcapaciteit loopt de elektrificatie vast, blijven bedrijven langer afhankelijk van fossiele technieken en worden ze economisch geremd door opportunitykosten (gederfde productie). Daarnaast noemde hij stikstof en trage vergunningverlening als rem op investeringen en verduurzaming. Op het gebied van waterstof en CCS ziet Hieminga eveneens grote uitdagingen. Voor groene waterstof liggen de kosten hoger dan eerder werd verwacht, terwijl voor CCS vooral de vraagzijde nog onvoldoende op gang komt. Zijn conclusie was dan ook gemengd: de intenties zijn goed, maar op concurrentiekracht en uitvoerbaarheid blijven de zorgen groot.

Minderheidskabinet ...

Erik Klooster, medeoprichter van Bureau Malieveld en actief in public affairs binnen de energie- en industriesector, plaatste daar een politieke analyse naast. Volgens hem bouwt het kabinet op hoofdlijnen voort op bestaand beleid, maar zal de echte richting pas blijken bij de uitwerking in wetgeving en begrotingen. Omdat het kabinet geen vaste meerderheid heeft, zal het voor veel voorstellen steun moeten zoeken buiten de coalitie. Daarbij kunnen per dossier verschillende meerderheden ontstaan: soms over rechts, soms over links.

... andere dynamiek

Op onderwerpen als elektrificatie en netcongestie verwacht Klooster dat relatief brede steun mogelijk is. Bij andere thema’s, zoals wind op zee, kernenergie en waterstof, liggen de politieke verhoudingen gevoeliger en kunnen verschillen juist scherper naar voren komen. Dat vergroot de onzekerheid over de uitkomst van het beleid. Ook al omdat beeldvorming de inhoud nogal eens wegdrukt. Volgens Klooster betekent dit ook dat belangenbehartiging een andere dynamiek krijgt. Niet alleen het kabinet, maar ook oppositiepartijen worden belangrijke gesprekspartners. Voor organisaties en bedrijven wordt het daarom nog belangrijker om breder te netwerken, coalities te bouwen en hun voorstellen van voldoende maatschappelijk draagvlak te voorzien.

De presentaties zijn (exclusief voor leden) te vinden in onze Kennisbank.