Uit analyses van 15 stoffen die relatief vaak voorkomen in industriële lozingen op 61 meetpunten in Nederland blijkt, dat voor de meeste stoffen op de meeste locaties geen vooruitgang is geboekt. Dat stelt de Algemene Rekenmaker (AR) in haar onderzoeksrapport. De analyses hadden betrekking op de periode van 2012 tot en met 2024. De AR concludeert dat de chemische waterkwaliteit niet vooruit gaat.
Concentraties en normen
De AR heeft de ontwikkeling van stofconcentraties tussen 2012 en 2024 geanalyseerd. Daarbij is niet naar de normen voor die stoffen gekeken maar enkel naar de concentraties. Op basis van de analyses concludeert de AR dat er voor de meeste van die stoffen op de meeste locaties geen vooruitgang is geboekt. Als de stofnormen er wel bij worden betrokken ontstaat een genuanceerder beeld. Dan blijkt bijvoorbeeld voor de stof cadmium dat nergens in de rijkswateren sprake is van normoverschrijdingen. Voor deze stof geldt bovendien dat de stofconcentraties een dalende trend laten zien over de afgelopen 12 jaar. In het geval van de stof trichloorbenzeen is sprake van achteruitgang maar voldoen alle locaties wel nog aan de norm.
Landelijk beeld ontbreekt
Rijkswaterstaat beschikt volgens de AR niet over een centraal datasysteem. Dat maakt dat er geen totaalbeeld is van wat bedrijven mogen lozen waardoor het moeilijker is om gericht bij te sturen om dichter bij realisatie van de doelen van de Kaderrichtlijn Water (Krw) te komen. Ook op basis van de data uit de emissiedatabase lukt het de AR niet om een beeld te vormen van wat er wordt geloosd. Het ministerie van IenW herkent zich hier niet in. Volgens IenW weet RWS wel degelijk per vergunning wat een bedrijf mag lozen. Bovendien worden de gevolgen van meerdere lozingen op een oppervlaktewater streng getoetst bij de beoordeling van een vergunningaanvraag. Dit is daarmee scherp in beeld.
Actualiseren vergunningen
Afgegeven lozingsvergunningen moeten eens in de zoveel tijd opnieuw beoordeeld worden om te kijken of ze nog actueel zijn. De AR constateert dat RWS een achterstand heeft in het actualiseren van de vergunningen. Binnen het toezicht - de controle op naleving van vergunningen – ziet de AR diverse gebreken. Er kan niet worden vastgesteld of RWS alle bedrijven goed in beeld heeft en of RWS bij alle bedrijven inspecties uitvoert.
Roy Tummers, Directeur Water bij VEMW: “een goede waterkwaliteit is van groot belang voor zakelijke watergebruikers. De betrokken partijen zetten dan ook alles op alles om de doelen van de Krw tijdig te halen. Feit is dat inmiddels 83% van deze doelen wél wordt gehaald. Verder hebben industriële lozingen een bescheiden aandeel in de totaalconcentraties van stoffen in het water. Diffuse bronnen maar zeker ook de bijdrage vanuit het buitenland hebben een grotere bijdrage. Dit neemt overigens niet weg dat ook de industriële bedrijven hun zaakjes op orde moeten hebben. Dat begint met een actuele en volledige vergunning”.
Het rapport van de Algemene Rekenkamer "Focus op industriele lozingen", is beschikbaar in onze Kennisbank
Bron: VEMW