Terug naar nieuws

Tijdige ontwikkeling kabinetsvoorstel Wind op Zee belangrijk voor industrietransitie

Elektriciteit Klimaat Waterstof 20 september 2022Matthieu van den Beld

Het kabinet stelt in een kamerbrief voor om de ontwikkeling van wind op zee te laten groeien van een geplande 21 GW in 2030 via 50 GW in 2040 naar 70 GW in 2050. Windenergie zal naar verwachting de grootste energiebron in Nederland worden. Een tijdige ontwikkeling is een belangrijke randvoorwaarde voor een succesvolle industrietransitie.

Ontwikkeling

Voor 2030 is de verhoogde doelstelling voor Wind op Zee een vermogen van 21 GW. Het kabinet wil voor toekomstige realisatie van windenergie op zee verder vooruit plannen. In het Nationaal plan energiesysteem zullen tussentijdse doelen worden afgestemd voor 2035, 2040 en 2050. Bij de verdere doorgroei van windenergie op zee na 2030 verwacht het kabinet dat naast elektriciteit er ook waterstof op de Noordzee geproduceerd zal worden. Daartoe zet het Rijk in op de realisatie van demonstratieprojecten voor waterstof op zee. De minister voorziet dat na 2030 harde (juridische) ecologische en ruimtelijke grenzen op de Noordzee en harde (juridische) eisen om tot een klimaatneutrale samenleving te komen kunnen gaan knellen. Om tijdig de relevante beleidskaders en nieuwe technieken beschikbaar te hebben, start de Minister het Ontwikkelprogramma Energiesysteem Noordzee.

Waterstofeilanden

Naast ontwikkeling van wind op zee, plant het kabinet ook grootschalige waterstofproductie op de Noordzee. Deze groene waterstof zal voor onder meer de industrie beschikbaar komen. Omdat na 2030 wind op zee vooral op honderden kilometers van de kust word gerealiseerd, wil het kabinet grootschalige energieknooppunten mogelijk maken waar elektriciteit in waterstof wordt omgezet. Transport van waterstof is aanzienlijk goedkoper dan transport van een even grote hoeveelheid energie in de vorm van elektriciteit: de offshore waterstofproductie zal daarmee moeten leiden tot lagere systeemkosten.

Hans Grünfeld, algemeen directeur VEMW: "De tijdige beschikbaarheid van voldoende duurzame, betaalbare en betrouwbare elektriciteit is een randvoorwaarde voor de energietransitie. De keuze voor verduurzaming van het elektriciteitssysteem via wind op zee is een politieke en maatschappelijke. Het is daarom gerechtvaardigd om de netwerkkosten te financieren uit de algemene middelen. De huidige systematiek - het laten neerslaan van deze kosten bij voornamelijk grootverbruikers met een aansluiting op het landelijk elektriciteitsnet -  ontmoedigt juist de elektrificatie van grootverbruik die ontwikkelaars investeringszekerheid geeft. Opmerkelijk is dat ondanks afspraken daarover in het Klimaatakkoord, het Ministerie van Economische Zaken onduidelijkheid laat bestaan over de gevolgen van het bekostigen van het net op zee via de netwerktarieven."