Terug naar nieuws

Netbeheerders bepleiten afzwakking fundamentele rechten afnemers

Elektriciteit Netwerken15 november 2021Thessa de Ridder

De elektriciteitsnetbeheerders in Nederland roepen de overheid op om in te grijpen in de aanvraag van aansluitcapaciteit door duurzame elektriciteitsproducenten (wind- een zonneparken) en eindverbruikers (industrie, datacentra, mobiliteit). De drie grootste regionale elektriciteitsnetbeheerders, te weten Liander, Enexis en Stedin kunnen de bijna 3000 aanvragen niet aan volgens het TV-programma Pointer dat hier vandaag (NPO2, 22.15 uur) aandacht aan besteedt. Volgens VEMW is de oproep van de netbeheerders een ongelukkige: Het huidige transportcapaciteitstekort mag niet worden gebruikt als argument om het Europeesrechtelijk geborgd, non-discriminatoir recht op aansluiting en transport af te zwakken. Derdentoegang en het koperen-plaat principe vormen het fundament van de energiemarkt, waarbij aangeslotenen beschermd worden tegen mogelijk machtsmisbruik van monopolisten. De netbeheerders dienen proactief en versneld hun wettelijke taken uit te voeren met realisatie van aansluitprojecten, het werven van personeel en het alloceren van de benodigde middelen. Fricties die ontstaan als gevolg van beleidsbeslissingen dienen in samenspraak met de politiek opgelost te worden.

Nederland kleurt rood
De netbeheerders signaleren dat in zeven provincies er onvoldoende ruimte is om de opwek van hernieuwbare elektriciteit op het openbare net te kunnen invoeden. Daarbij gaat het onder meer om zonneparken en windmolens. Ook zijn er knelpunten als het gaat om de aansluiting van datacentra, en de verzwaring van aansluitingen in de industrie- en mobiliteitssector. In de resterende vijf provincies is de resterende capaciteit beperkt. Nederland kleurt dan ook steeds meer rood. Dat blijkt uit gegevens van de netbeheerders. Netbeheerders die op 29 oktober een brandbrief hebben gestuurd aan de kabinetsformateurs. Een brandbrief omdat dit nog maar het begin van de energietransitie is, immers, om de klimaatdoelen in 2030 te halen zal de hernieuwbare elektriciteitsproductie op land nog ruim verdubbelen, en zal maar liefst 70 procent van alle elektriciteit hernieuwbaar moeten zijn.

De netbeheerders geven aan dat het elektriciteitsnet de afgelopen 5 jaar al sterk uitgebreid is, met een streven om de capaciteit te verdubbelen. “Maar dat kan niet zo snel als boeren en ondernemers zonnepanelen kunnen plaatsen” geven ze volgens bronnen aan in Pointer. De netbeheerders signaleren een tekort aan technisch personeel en ‘stroperige’ regels. De overheid moet ‘prioriteiten stellen’ en ‘harde keuzes’ maken. Dit is een fundamenteel onjuiste verschuiving van verantwoordelijken.

Koperen plaat en markttoegang
Het huidige energiesysteem is gebaseerd op een elektriciteitsnet dat faciliterend is aan de gebruikers en de markt, waar drie marktvrijheden de gebruiker beschermen: vrijheid van aansluitcapaciteit, vrijheid van transactie en vrijheid van dispatch (ook bekend als het koperen plaat-principe). Het koperen plaat principe betekent dat elke afnemer, ongeacht zijn locatie, recht heeft op toegang tot de elektriciteitsmarkt. Deze marktvrijheden borgen dat aangeslotenen niet worden beperkt door bestaande netcapaciteit en keuzes die in het verleden gemaakt zijn. Om die vrijheden te garanderen is het de – wettelijk – taak van de netbeheerder om te investeren in het elektriciteitsnet om daarmee te voldoen aan de transportbehoefte van netgebruikers en transportbeperkingen of congesties (fysiek tekort aan transportcapaciteit om de geplande elektriciteitstransporten te faciliteren) te voorkomen.

Investeringsverantwoordelijkheid
Capaciteitstekorten kunnen leiden tot congestie, ofwel filevorming op de elektriciteitsnetten. Om congestie op te lossen moet doorgaans het elektriciteitsnet worden verzwaard. Ter overbrugging van die netverzwaring dient een netbeheerder congestiemanagement toe te passen. Er wordt momenteel gewerkt aan het aanscherpen van de spelregels voor deze situatie.

Eerder in het proces vindt een andere discussie plaats: een netbeheerder is wettelijk verplicht derden toegang te geven tot zijn systeem. Om aan deze wettelijke verplichting te kunnen voldoen, moet een netbeheerder in zijn netwerk investeren. Daartoe produceert de netbeheerder investeringsplannen (voorheen bekend als Kwaliteits- en Capaciteitsdocumenten). Daarin schetst een netbeheerder op basis van een aantal scenario’s de toekomstige transportbehoefte en identificeert hij verwachte knelpunten. Om die knelpunten op te lossen worden concrete investeringen voorgesteld. Vervolgens moeten deze worden uitgevoerd: daarvoor zijn voldoende middelen nodig.

Verbazing
Algemeen directeur Hans Grünfeld: de ontwikkelingen rond de energietransitie zijn in 2013 in gang gezet met het Ser Energieakkoord voor Duurzame Groei. Letterlijk hebben de netbeheerders aangegeven dat de uitvoering van dit akkoord, dat loopt tot en met 2023, infrastructuur geen belemmering vormt. Dit akkoord is opgevolgd door het Klimaatakkoord dat in 2019 tot stand is gekomen. De stroomversnelling rond de elektriciteitsvoorziening komt dan ook niet uit de lucht vallen, maar is het resultaat van afspraken die ruim 8 jaar geleden gemaakt zijn. Het aanbod van elektriciteit verandert door de aanleg van windturbines, windparken op land en zee, zon-PV en zonneweides. Ook de afname van elektriciteit door de elektrificatie van de industrie, datacentra en de mobiliteitssector verandert. De behoefte aan nieuwe infrastructuur voor elektriciteit, waterstof, warmte en CCS is evident. Veranderingen die – ook door de netbeheerders - al lang konden worden gezien, met de bijbehorende vraag naar kapitaal, technisch personeel, en materialen om de transitie te realiseren. . Het tekort aan personeel valt binnen de invloedssfeer van de netbeheerder, al speelt dit probleem in de gehele technische sector. Netbeheerders hebben niet voldoende proactief gehandeld, wat nu mede leidt tot congestie op het elektriciteitsnet. Een deel van de oplossing die zij daarvoor aanbieden is te vinden in punt 9 van de brandbrief: netbeheerders vragen de beleidsmaker om criteria op basis waarvan zij hun wettelijke aansluit- en transportlicht tijdelijk mogen prioriteren. En dat moet dan snel gebeuren, ‘want anders loopt Nederland vast’. Een voor ons onacceptabele omkering van verantwoordlijkheden door de netbeheerders! Dit roept de fundamentele vraag op of het juist is om de netbeheerder, wanneer hij niet aan zijn wettelijke plicht voldoet, als oplossing een vrijstelling van die plicht te verlenen. Wij roepen netbeheerders dan ook op om de opgedragen wettelijke taken uit te voeren. Proactief en versneld, of het nou gaat om de uitvoering van aansluitprojecten, het werven van personeel of het alloceren van de benodigde middelen. Waar netbeheerders wel terecht aandacht voor vragen is de duur van vergunningsprocedures en de noodzaak om de financiële slagkracht van de bedrijven te versterken. Voor deze aspecten is hulp van de overheid noodzakelijk. Voor het overige zijn de netbeheerders in eerste instantie zelf aan zet.”

VEMW, 15 november 2021