Terug naar nieuws

Minister kiest controversiële maatregelen voor aanpak capaciteitstekort elektriciteitsnet

Elektriciteit Netwerken9 juni 2020Thessa de Ridder

Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft op 8 juni 2020 een langverwachte brief gepubliceerd met zijn visie op de transportcapaciteit knelpunten in het elektriciteitsnet, die in belangrijke mate een gevolg zijn van de energietransitie. Door toenemende decentrale elektriciteitsopwekking én -verbruik door onder meer datacentra en elektrificatie van bestaande industriële productieprocessen, verschuift de transportcapaciteit behoefte. De minister benoemt enkele controversiële korte- en middellange termijn maatregelen, maar laat de kans liggen om conform het advies van de Taskforce Industrie Klimaatakkoord Infrastructuur (TIKI) structurele oplossingen door te voeren.

Knelpunt in de transitie
Het tekort aan transportcapaciteit voor elektriciteitsopwekking is het grootst in het noorden van Nederland (Drenthe en Groningen), en breidt zich inmiddels verder uit richting het zuiden. De vraag naar elektriciteit groeit juist sterk in Noord-Holland. Als knelpunt voor tijdige verzwaring van het net benoemt de Minister de lange doorlooptijd van de uitvoering, waarbij niet de technische realisatie maar vergunningsprocedures volgens hem het grootste knelpunt vormen. De Minister benoemt enkele maatregelen op korte en middellange termijn die het netcapaciteitstekort kunnen verminderen. Deze omvatten o.a. netverzwaring, aanpassing van wet- en regelgeving, en innovatieve sectorkoppeling.

Korte termijnmaatregelen
De minister benoemt enkele korte- en middellange termijn oplossingen die controversieel zijn en waarvan de effectiviteit niet altijd vast staat. Hij laat na gebruik te maken van de oplossingen die door TIKI zijn aangedragen. De eerste korte termijn maatregel, die al uitgevoerd wordt, is het koppelen van de SDE+-subsidie aan een voorwaardelijke transportindicatie, waardoor duurzame opwek uitsluitend wordt gesubsidieerd waar en wanneer voldoende netcapaciteit beschikbaar is. Het tweede punt is het voorwaardelijk loslaten van de enkelvoudige storingsreserve (N-1) op meerdere plekken in het land, waar recentelijk ook aansluit-aanvragen gedaan zijn. TenneT heeft een ontheffing aangevraagd voor Noordoost-Nederland, en er wordt gewerkt aan een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB N-1). Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “wij vermoeden dat de ontheffingsaanvraag van TenneT onvolledig is, en hebben twijfels bij de juridische houdbaarheid van de AMvB gezien het Europeesrechtelijke discriminatieverbod. De enkelvoudige storingsreserve garandeert elektriciteitstransport, ook bij een storing in het net. Het is cruciaal dat bij het loslaten hiervan, indien juridisch mogelijk, de leveringszekerheid van grootverbruikers niet in het geding komt.”

Middellange termijn
Voor de middellange termijn moet de nieuwe Energiewet 1.0 in een nieuw wettelijk kader voorzien, bijvoorbeeld door het opschorten van de aansluitplicht voor de netbeheerder wanneer er fysieke congestie is geconstateerd of wordt verwacht. Indien de aansluitplicht afhankelijk wordt gemaakt van de beschikbaarheid van transportcapaciteit in een congestiegebied, kan dit leiden tot een in de tijd onbegrensde weigering van een aansluitverzoek zolang congestie niet is opgelost. Grünfeld vervolgt: “deze maatregel is disproportioneel, lost het capaciteitstekort niet op en staat haaks op het fundamentele beginsel dat het recht op een aansluiting toegang geeft tot de elektriciteitsmarkt. Wij benadrukken - net als de minister overigens - het belang van maximale transparantie, maar zijn in tegenstelling tot hem geen voorstander van het verlichten van de onvoorwaardelijke aansluitplicht onder de omschreven voorwaarden om de netbeheerder tegemoet te komen.”

Een andere maatregel betreft de toename van investeringen door netbeheerders. Grünfeld: “VEMW onderschrijft dat sprake is van toenemende investeringen en kosten. Om een structureel gebrek aan transportcapaciteit tijdig te voorkomen, zijn proactieve investeringen in de infrastructuur onmisbaar. Deze worden door de Minister echter niet benoemd in zijn brief, terwijl de TIKI-adviescommissie hier duidelijk over is geweest in haar advies. Om eerder te kunnen investeren, heeft de netbeheerder behoefte aan meer informatie en meer ruimte om te voor-investeren. TIKI heeft in haar advies oplossingen aangedragen hiervoor. Het is jammer dat de minister zich in zijn brief beperkt tot het benoemen van de Regionale Energiestrategieën (RESsen), die - in het kader van het netcapaciteitstekort - dienen als belangrijke informatiebron voor de investeringen in het landelijke net.”

Ten slotte kunnen ook innovatieve oplossingen bijdragen aan het oplossen van het netcapaciteitstekort, waaronder vraagsturing (‘demand response’). Grünfeld: “VEMW onderschrijft de rol van vraagsturing in bijvoorbeeld het faciliteren van congestiemanagement of als bijdrage aan het balanceren van het net. Maar om effectief te zijn moet een aantal knelpunten die de toepassing van vraagsturing belemmeren worden weggenomen.”