Oproep Tweede Kamer aan kabinet tot gesprek met NAM over nationalisatie gasopslagen
Met een overgrote meerderheid heeft de Tweede Kamer dinsdag een motie Van den Berg (JA21) aangenomen die het kabinet oproept om met de Nederlandse Aardoliemaatschappij (NAM) in gesprek te gaan over een mogelijke nationalisatie van de aardgasbergingen in Norg en Grijpskerk. VEMW vraagt zich af wat nationalisatie bijdraagt aan borging van de leveringszekerheid in ons land.
Leveringszekerheid
Aanleiding voor de motie is de complexe geopolitieke situatie die kan leiden tot ongewenste situaties als het gaat om de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van de voorziening. De gasvoorziening is de afgelopen jaren al aanzienlijk veranderd door onder meer de sluiting van het Groningenveld, de sabotage van de Nordstream leidingen, de economische sancties voor Rusland en de toegenomen afhankelijkheid van vloeibaar gas (LNG) uit de Verenigde Staten en het Midden Oosten. Nederland beschikt over zo’n 14,5 miljard m3 (bcm) gasopslagcapaciteit in ondergrondse bergingen op een binnenlands jaarverbruik van ruim 30 bcm. De NAM is eigenaar van Norg en Grijpskerk, samen goed voor 9,4 bcm opslagcapaciteit. Bij Alkmaar bevindt zich een derde grote berging van Taqa (Bergermeer).
Bijdrage
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “het is verstandig dat de Tweede Kamer aandacht besteedt aan de leveringszekerheid en betaalbaarheid van de gasvoorziening, want dat raakt direct de bedrijven en burgers in Nederland en de ons omringende landen. De vraag is echter of de eigendomsvorm – nationalisatie – van de gasbergingen in Norg en Grijpskerk een bijdrage gaat zijn aan de borging van de leveringszekerheid. Zal de overheid in staat zijn de opslag effectiever te exploiteren dan een commerciële partij? Welk marktfalen willen we met nationalisatie precies oplossen, en is dit daarvoor de meest kosteneffectieve oplossing? Wanneer nationalisatie leidt tot politieke sturing, inefficiëntie of hogere kosten, komen die uiteindelijk bij afnemers – burgers en bedrijven – terecht. Het is verstandig om hoe dan ook te voorkomen dat de overheid investeringsrisico’s overneemt, zonder duidelijk voordeel voor de energiemarkt en de eindgebruikers. Wij adviseren het kabinet dan ook te onderzoeken of een adequate borging van de leveringszekerheid en betaalbaarheid mogelijk is via regulering en/of contractuele afspraken met de NAM en andere marktpartijen. Onderzoek moet zich daarbij richten op randvoorwaarden zoals transparante toegang tot infrastructuur, non-discriminatoire opslagcapaciteit, concurrentie tussen marktpartijen. En maatregelen die de leveringszekerheid verhogen tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten, bijvoorbeeld door de inzet van zogenaamd kussengas.”