Terug naar nieuws

VEMW vraagt duidelijkheid over CCS-tarieven en dringt aan op snele verlichting elektriciteitskosten

Klimaat Wet- en regelgeving3 november 2026Tom Streef

In aanloop naar de behandeling van de begroting voor Klimaat en Groene Groei 2027 heeft VEMW de Tweede Kamer verzocht om meer duidelijkheid te krijgen over de ondersteuning van het Aramis CCS-project. Leden van de vaste commissie voor KGG hadden hierover eerder schriftelijke vragen gesteld aan de minister. Tevens is de volksvertegenwoordigers gevraagd om aan te dringen op het versneld inzetten van de beschikbare compensatie voor hoge elektriciteitskosten voor de industrie.

Voor bedrijven die investeren in CO₂-afvang zijn de beschikbaarheid en betaalbaarheid van transport- en opslaginfrastructuur belangrijke voorwaarden. VEMW heeft daarom gevraagd hoe de voor Aramis gereserveerde €1,3 miljard wordt ingezet en hoe wordt geborgd dat de publieke ondersteuning leidt tot lagere en beter voorspelbare tarieven. Daarnaast heeft VEMW aangedrongen op het naar voren halen van de elektriciteitsenvelop om de hoge elektriciteitskosten voor bedrijven te verlichten.

Risico-afdekking Aramis

Volgens de minister is de €1,3 miljard in beginsel bedoeld voor zowel de buisleiding van Aramis als de CO₂next-terminal, waar vloeibare CO₂ per schip kan worden aangevoerd. De subsidie moet het financiële risico beperken wanneer de CO₂-aanvoer in de eerste jaren achterblijft bij de verwachte volumes. De precieze vormgeving en voorwaarden zijn nog onderwerp van gesprek met de betrokken partijen.

De aandeelhouders blijven een deel van het vollooprisico dragen: bij achterblijvende volumes realiseren zij een lager rendement dan beoogd. Bij toenemende benutting moeten zij de subsidie (deels) terugbetalen. Andere financiële risico’s, zoals kostenstijgingen, blijven volgens de minister voor rekening van de aandeelhouders en gebruikers van Aramis.

De steun moet een definitieve investeringsbeslissing (FID) in het vierde kwartaal van 2027 mogelijk maken. Daarvoor zijn onder meer een onherroepelijke omgevingsvergunning en goedkeuring van de Europese Commissie voor de staatssteun nodig. Volgens de minister kunnen de transport- en opslagtarieven wel vóór de FID worden vastgesteld. Hoe wordt gewaarborgd dat de subsidie doorwerkt in lagere en beter voorspelbare tarieven voor gebruikers, blijft ook na de beantwoording van de Kamervragen nog onduidelijk.

Elektriciteitsenvelop eerder inzetten

VEMW heeft ook gevraagd de elektriciteitsenvelop eerder dan de beoogde start in 2028 in te zetten. Er is een acute noodzaak om de concurrentiepositie van bedrijven veilig te stellen en elektro-intensieve industriële bedrijven in staat te stellen te kunnen blijven produceren en investeren in verduurzaming.

In de beantwoording bevestigt het kabinet dat middelen zijn gereserveerd om de elektriciteitskosten van de industrie te verlagen. Daarbij wordt onder meer gekeken naar verlaging van de nettarieven. De beantwoording geeft echter geen duidelijkheid over het naar voren halen van deze middelen.

Duidelijkheid voor investerende bedrijven

Voor VEMW is het van belang dat de ondersteuning van Aramis tijdig wordt uitgewerkt en aantoonbaar doorwerkt in betaalbare en voorspelbare tarieven voor industriële gebruikers. Duidelijkheid over de risicoverdeling is nodig om ook bedrijven die CO₂ willen afvangen in staat te stellen een investeringsbeslissing te nemen. Daarnaast blijft VEMW pleiten voor een zo snel mogelijke inzet van de elektriciteitsenvelop; bedrijven hebben die lastenverlichting nodig om in Nederland te blijven produceren en verduurzamen. De begrotingsbehandeling op 4 en 5 november biedt de Kamer gelegenheid om deze punten aan de orde te stellen en het kabinet om verdere duidelijkheid te vragen.