Terug naar nieuws

Kabinet zet in op forse verlaging import afhankelijkheid

Elektriciteit Klimaat Beleid en toezicht23 oktober 2026Jacques van de Worp

Het kabinet wil de import afhankelijkheid van energie fors verlagen. Van 80% nu naar zo’n 50% in 2040. Dat past in een ontwikkelpad naar een weerbaar energiesysteem met meer energie van eigen bodem en een energiesysteem dat past bij een concurrerende en duurzame economie. Dit beleid is volgens een kamerbrief van minister Van Veldhoven (KGG) in lijn met het nieuwe EU-klimaatdoel voor 2040 en de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE 2026) dat rond Prinsjesdag is gepubliceerd.

Belangen

Voor het kabinet staan - mede in het licht van de geopolitieke situatie - de belangen m.b.t. weerbaarheid, concurrentievermogen en duurzaamheid centraal. Dit vertaalt zich in het NPE 2026 naar een toekomstig energiesysteem dat in lijn is met de klimaatdoelen, waarin voldoende energie is voor bestaande industrie om te verduurzamen en nieuwe industrie om zich te ontwikkelen en waarmee de transitie wordt gemaakt naar meer energie van eigen bodem. Voldoende beschikbare financiële middelen, normerend en beprijzend beleid en uitvoeringskracht zijn volgens het kabinet essentieel om de doelen richting 2040 te halen.

Afweging

Het NPE kiest niet één scenario, maar combineert de verschillende inzichten die inhoudelijke studies en analyses, bijvoorbeeld als het gaat om energieproductie- en import, bieden in het gekozen ontwikkelpad. Ook de rol van stakeholders is volgens minister Van Veldhoven essentieel, “van netbeheerders tot energiebedrijven en van provincies tot huishoudens”. Uit gesprekken met stakeholders komen nadrukkelijk beperkingen naar voren over de realisatiekracht en snelheid. Zo zijn volgens de minister “de mogelijkheden om energie van zee aan land te brengen en naar gebruikers in het hele land te transporteren, of de snelheid waarmee opslag van waterstof ontwikkeld kan worden, in de tijd beperkt”. Op welke wijze de afweging van beleidsdoelen door het kabinet is verricht blijft vooralsnog onduidelijk, bijvoorbeeld als het gaat om de invulling van het begrip weerbaarheid en een analyse van de ontwikkeling van de concurrentiekracht.

Volgende actualisatie

Het NPE 2026 is volgens de minister geen blauwdruk maar een richtinggevend pad. In de toekomst zullen nieuwe inzichten ontstaan waarop het pad moet worden verfijnd of bijgesteld. Zo moet bijvoorbeeld de komende twee jaar duidelijk worden in de Energieafspraken tussen Rijk en medeoverheden hoeveel kan worden verwacht van de doorgroei van hernieuwbaar op land en hoe dicht dat in de buurt komt van de richtwaarden uit het NPE 2026. Ook zal het nieuwe Programma Energie Hoofdstructuur (PEH, 2028) nieuwe inzichten moeten bieden over de ruimtelijke doorvertaling van het NPE 2026. Deze inzichten worden volgens de kamerbrief meegenomen in de volgende actualisatie van het NPE in 2029.