De gevolgen van een gascrisis zijn groot. Een goede voorbereiding op een crisis is daarom cruciaal. De minister publiceert daarom het Landelijk Crisisplan Gas en stelt een vuldoelstelling vast van 103 TWh.
Inhoud Landelijk Crisisplan Gas
Een gascrisis (dreigend of daadwerkelijk gastekort) is opgedeeld in drie crisisniveaus; vroegtijdige waarschuwing, alarm en noodsituatie. Ter voorbereiding op een crisis publiceert de minister van Klimaat en Groene Groei het geüpdatete Landelijk Crisisplan Gas (LCP-G).
De minister speelt een belangrijke rol tijdens een gascrisis. De minister coördineert bijvoorbeeld de maatregelen die de landelijke en regionale netbeheerders voor gas nemen tijdens een crisis. Ook de marktpartijen zoals shippers, opslagbeheerders en producenten zijn onmisbaar tijdens een crisis t.b.v. de balancering van het net en het in stand houden van de druk. Het is daarom belangrijk dat tijdens een crisis de communicatie tussen de overheid, netbeheerders en marktpartijen soepel verloopt. Daarnaast beschrijft het LCP-G de mogelijke maatregelen tijdens een crisis, de bredere gevolgen van een gascrisis, de gevolgen voor industrie, technische beperkingen en crisisscenario’s.
Relatie tot het Bescherm- en Herstelplan Gas
Het Bescherm- en Herstelplan Gas (BH-G) dat in 2024 is gepubliceerd beschrijft de mogelijk te nemen maatregelen voor ieder crisisniveau en werkt deze uit. Het LCP-G is complementair aan het BH-G en beschrijft de interactie tussen actoren tijdens een gascrisis.
De industrie tijdens een gascrisis
Het LCP-G maakt in een crisissituatie onderscheid tussen beschermde afnemers (huishoudens) en niet-beschermde afnemers zoals de industrie. De overheid kan bij het derde crisisniveau (noodsituatie) niet-beschermde afnemers administratief of technisch afschakelen. Om de veiligheid op industriële sites te borgen kan een minimumverbruik in crisistijd in overleg met de overheid bepaald worden. Hoe dit minimumverbruik wordt vastgesteld en wordt gecommuniceerd aan de gebruiker, overheid of netbeheerder is niet duidelijk. Het BH-G maakt dit ook niet duidelijk.
Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld reageert: “Een goede voorbereiding op een gascrisis vraagt om duidelijke afspraken tussen overheid, netbeheerders en marktpartijen. Het Landelijk Crisisplan Gas brengt de rollen en verantwoordelijkheden in kaart, maar laat een aantal praktische punten open liggen. Zo moet vóór een crisis duidelijk zijn welke industrieën om veiligheidsredenen een hoeveelheid gas nodig hebben om hun processen gecontroleerd af te schakelen of grote schade te voorkomen. Dit heeft de overheid nu goed in kaart, maar hoe dit praktisch wordt ingevuld is niet duidelijk. Wij hebben er eerder op gewezen dat dit lastig te organiseren is als hierover geen heldere afspraken bestaan. Het is daarom belangrijk dat industriële gebruikers betrokken worden bij de verdere uitwerking, zodat plannen ook in de praktijk uitvoerbaar zijn.”
Vuldoelstelling
Daarnaast stelt de minister voor het gasjaar 2027/2028 een vuldoelstelling vast van 103 TWh. Gasunie Transportservices (GTS) adviseerde om de vuldoelstelling op 93 TWh vast te stellen. Het kabinet stelt het nationale vuldoel hoger vast omdat de bindende Europese doelstelling hoger ligt dan het advies van GTS. De minister heeft wel de mogelijkheid af te wijken van de 103 TWh tijdens moeilijke marktomstandigheden. Mogelijk wordt de vuldoelstelling volgend jaar nog aangepast. EBN heeft de middelen gekregen om maximaal 80 TWh gas op te slaan wanneer nodig.
Hans Grünfeld reflecteert op de vuldoelstelling: “Het is opvallend dat de minister een hoger vuldoel instelt dan GTS suggereert en niet de volledige flexibiliteit benut die de Europese verordening biedt. Dit is wat ons betreft niet in lijn met de uitgangspunten uit de Kamerbrief strategisch gasbeleid. Hierin wees de minister op het herstel van een goed functionerende gasmarkt en een eerlijke verdeling van de kosten binnen Europa. Door de grote rol die EBN toch krijgt bij het vullen van de opslagen, wordt de markt beïnvloed, terwijl de kosten in Nederland neerdalen en de baten in heel Europa.”
Het plan is te vinden in de Kennisbank.