Behoud van industrie noodzakelijk voor betrouwbare elektriciteitsvoorziening
VEMW reactie op rapportage over flexibiliteit
Om zeker te stellen dat er de komende 10 jaar voldoende flexibiliteit in de elektriciteitsvoorziening beschikbaar is, zijn nieuwe investeringen en aanvullend beleid nodig. Dat concludeert toezichthouder ACM op basis van een eerste rapportage “Flexibility Needs Assessment Report for the Netherlands”, die TenneT met de regionale netbeheerders heeft opgesteld. Conclusie: het Nederlandse elektriciteitssysteem heeft de komende 10 jaar veel meer flexibiliteit nodig. Volgens VEMW moet de elektriciteitsmarkt de prikkels geven voor gebruikers zoals bedrijven in de industrie om flexibiliteit in de vraag te benutten voor hun eigen kostenbeheersing én de betrouwbaarheid van de voorziening. Dat vraagt om ongestoord functioneren van de elektriciteitsmarkt en aanbod van aantrekkelijke arrangementen.
Stimuleren
ACM vindt dat het kabinet meer moet doen om bedrijven te stimuleren om over te stappen op flexibele stroomcontracten, waarvan er inmiddels een aantal is ontwikkeld en wordt aangeboden aan de markt. De bedrijven kunnen daarmee hun elektriciteitsverbruik verschuiven naar momenten waarop de elektriciteitsnetten minder zwaar worden belast. ACM stelt vast dat bedrijven daar onvoldoende gebruik van maken. BNR Nieuwsradio tekende recentelijk van regionaal netbeheerder Enexis op dat slechts 3 tot 5 procent van de benaderde zakelijke energiegebruikers bereid is over te stappen op flexibel aanbod. Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW noemt het bij BNR Nieuwsradio vrij opmerkelijk dat de toezichthouder daarbij naar het kabinet kijkt voor een oplossing. Grünfeld: “ACM is specifiek belast met het toezicht op het netbeheer. Zij moet ervoor zorgen dat zowel bedrijven als consumenten toegang hebben tot de energiemarkt. Omdat netbeheerders in Nederland een monopoliepositie hebben, is toezicht daarop noodzakelijk. Je zou verwachten dat op het moment dat die netbeheerders constateren dat er een toenemende behoefte is aan flexibiliteit, met name ook gekeken wordt hoe die netbeheerders die problemen kunnen oplossen. Wij weten uit recente ervaringen dat de voorwaarden voor een flexibel aanbod waar bedrijven mee aan de slag kunnen én willen essentieel zijn.
Instrumenten
Grünfeld vindt dat de toezichthouder zelf meer kan doen: “de ACM beschikt over voldoende instrumenten om in te grijpen, bijvoorbeeld door besluiten te nemen over de beschikbaarheid en prijsstelling van flexibiliteit. Het merkwaardige is dat die ACM nu naar de overheid kijkt om dit probleem op te lossen. Wat bedrijven nodig hebben is een mix aan aantrekkelijke arrangementen, die gedreven door marktprikkels zoals prijssignalen (prijsniveau, volatiliteit, e.d.) leiden tot het aangaan van flexibiliteitscontracten, het ontwikkelen van - en investeren in - flexibiliteit achter de meter, en het benutten van de mogelijkheden van kostenreductie. Je moet vooral de vraag stellen waarom bedrijven niet kiezen voor flexinstrumenten. Er zijn inmiddels verschillende flexibele contractvormen mogelijk, maar de aanbiedingen van netbeheerders zijn kennelijk onvoldoende aantrekkelijk in timing, prijsstellingen en risico’s, bijvoorbeeld als het gaat om het recht op capaciteit. Veel bedrijven hebben grote, kapitaalintensieve installaties die ze economisch gezien zo veel mogelijk willen laten draaien. Om hun elektriciteitsverbruik aan te passen, moeten ze vaak eerst investeren. Ze moeten kosten maken en die kosten willen ze uiteraard terugverdienen.”
Markt
Grünfeld tot slot: “Op langere termijn zal de elektriciteitsmarkt zelf een deel van het probleem oplossen. Als er veel wind- en zonne-energie beschikbaar is, wordt stroom goedkoper. Dat maakt het voor bedrijven aantrekkelijker om juist op die momenten elektriciteit te gebruiken of op te slaan. Ingrijpen in de elektriciteitsmarkt kan dat prijsmechanisme verstoren. Daarom zijn wij kritisch op het capaciteitsmechanisme waar de overheid, toezichthouder en netbeheerders op aandringen. Wanneer je de markt goed laat functioneren zullen bedrijven en consumenten eerder investeren in flexibiliteit en hun elektriciteitsverbruik aanpassen aan het aanbod. Daarvoor is het voor de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening van belang dat de industrie behouden blijft. De overheid kan ervoor zorgen dat de ontstane situatie niet erger wordt. We hebben een kantelpunt bereikt als het gaat om de continuïteit van de industrie in ons land. Wanneer de industriële vraag verder wegvalt zal het enorme aanbod aan hernieuwbare elektriciteit nog moeilijker weg te zetten zijn, waarbij flexbronnen wegvallen en energie meer geëxporteerd worden met een groter beslag op capaciteit. Het is dus van urgent en essentieel belang dat het gelijke speelveld voor de industrie wordt hersteld, zodat bedrijven weer perspectief hebben op een toekomst in Nederland. Richting netbeheerders en de ACM is de boodschap: bied bedrijven dus aantrekkelijke flexibiliteitsinstrumenten aan, waarmee ze hun kosten kunnen beheersen en hun concurrentiepositie kunnen versterken en daarmee ook een bijdrage aan een betrouwbare voorziening leveren.”