De Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft Liander teruggefloten in een geschil met kunststofproducent Kuma II B.V. De netbeheerder mocht volgens de ACM niet weigeren om het gecontracteerd transportvermogen (GTV) van Kuma te verhogen. Het besluit onderstreept dat netbeheerders bestaande aansluitingen niet zomaar kunnen beperken op basis van interne deelmarktgrenzen of een algemeen beroep op netcongestie.
Deelmarktgrenzen geen beperking voor bestaande aansluitingen
Kuma had sinds 2003 een aansluiting met een overeengekomen aansluitcapaciteit van 3.499 kVA. Nadat het bedrijf in januari 2019 een piek van 2.264 kW had afgenomen, weigerde Liander het GTV daarop aan te passen. De netbeheerder verwees daarbij naar een door haar gehanteerde deelmarktgrens van 2.000 kVA voor aansluitingen op een MS-ring.
De ACM maakt duidelijk dat deze deelmarktgrenzen niet van toepassing zijn op het GTV van een bestaande aansluiting. Ze spelen een rol bij het realiseren van nieuwe aansluitingen of het wijzigen van bestaande aansluitingen, maar kunnen niet worden gebruikt om het GTV van een bestaande aansluiting achteraf te beperken. Daarmee bevestigt de ACM ook haar eerdere lijn in het geschil tussen Van Tuijl en Liander.
Ook congestie moet concreet worden onderbouwd
Liander beriep zich daarnaast op congestie als reden om het GTV niet te verhogen. Ook dat argument houdt volgens de ACM geen stand. Liander had onvoldoende onderbouwd dat er op het moment waarop Kuma haar piek van 2.264 kW afnam daadwerkelijk onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar was. De formele vooraankondiging van congestie volgde bovendien pas ruim een jaar later. Tijdens de hoorzitting gaf Liander zelf aan dat congestie in februari 2019 geen probleem vormde.
De uitspraak maakt daarmee duidelijk dat een beroep op congestie niet zonder meer voldoende is om een verhoging van het GTV van een bestaande aansluiting te weigeren. Een netbeheerder moet kunnen onderbouwen dat op het betreffende moment daadwerkelijk onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar was.
Belangrijke uitspraak voor netgebruikers
Voor bedrijven is het besluit relevant omdat het duidelijkheid geeft over de verhouding tussen bestaande aansluitrechten, deelmarktgrenzen en congestie. Een bestaande aansluiting kan niet zonder meer worden beperkt door interne grenzen van de netbeheerder. Ook kan congestie niet als algemene reden worden aangevoerd zonder dat wordt aangetoond dat er op het relevante moment daadwerkelijk onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar was.
Het besluit onderstreept daarmee het belang van duidelijke en transparante regels voor de benutting van bestaande aansluitingen. Zeker nu netcongestie steeds vaker leidt tot beperkingen voor bedrijven, is het van belang dat netbeheerders zorgvuldig onderscheid maken tussen daadwerkelijke fysieke beperkingen van het net en beperkingen die voortkomen uit de wijze waarop het net wordt beheerd.