Terug naar nieuws

Europees emissiehandelssysteem-voorstel biedt industrie onvoldoende perspectief

Klimaat Wet- en regelgeving, Markt, Emissie17 juli 2026Tom Streef

Op 17 juli heeft de Europese Commissie haar plannen gepresenteerd voor het Europees Emissiehandelssysteem (EU ETS) na 2030. De Commissie probeert daarin de Europese klimaatambities te combineren met het concurrentievermogen van de energie-intensieve industrie. Het voorstel bevat ingrijpende veranderingen, maar biedt onvoldoende zekerheid voor industriële verduurzaming en productie in Europa.

Tempo emissiereductie moet aansluiten bij de praktijk

In het voorstel erkent de Commissie dat industriële verduurzaming niet uitsluitend kan worden afgedwongen door het aantal emissierechten steeds verder te verminderen. De industrie heeft ook tijd, investeringssteun en toegang tot betaalbare koolstofarme energie en infrastructuur nodig.

Die erkenning krijgt echter onvoldoende vertaling in het voorstel. Hoewel de Commissie voorstelt de jaarlijkse vermindering van het aantal beschikbare emissierechten te verlagen van 4,4% naar 3,7%, blijft dit onvoldoende afgestemd op de daadwerkelijke mogelijkheden voor industriële decarbonisatie. Het tempo waarin emissierechten uit de markt verdwijnen, moet rekening houden met de beschikbaarheid van infrastructuur, energie en mogelijkheden tot verduurzaming.

Veilingopbrengsten naar industrie

Positief is dat de Commissie voorstelt dat lidstaten minimaal 50% van de veilingopbrengsten van emissierechten besteden aan ETS-doeleinden. Daaronder vallen industriële decarbonisatie, elektrificatie, infrastructuur rond industriële clusters, CCS, CCU en schone technologieën. Het is van groot belang dat Nederland deze middelen inzet ten goede van de industrie. Ze mogen niet worden gebruikt ter vervanging van bestaande klimaat- of infrastructuurbudgetten en moeten aansluiten bij concrete knelpunten in industriële verduurzaming.

Onrealistische benchmarks

Het voorstel maakt sectorspecifieke warmte- en brandstofbenchmarks mogelijk, maar verandert de uitgangspunten van de huidige methodiek slechts beperkt. Daardoor blijft het risico bestaan dat beperkt beschikbare technieken of energiedragers bepalend worden voor de benchmark, terwijl de benodigde infrastructuur en betaalbare energie voor veel bedrijven ontbreken. De benchmarks moeten daarom aansluiten bij technisch en economisch haalbare reductiemogelijkheden binnen de sectoren.

Gratis toewijzing wordt investeringssubsidie

Ook het voorwaardelijk maken van gratis toewijzing is zorgelijk. Vanaf 2031 wil de Commissie deze koppelen aan een investeringsplan, waarbij 20% pas wordt toegekend na uitvoering van de investeringen en het behalen van significante emissiereducties. Daarmee krijgt gratis toewijzing steeds meer het karakter van een investeringssubsidie, terwijl zij primair bedoeld is als bescherming tegen carbon leakage. Die bescherming mag niet afhankelijk worden van factoren die bedrijven niet volledig zelf beheersen, zoals netcongestie, vergunningverlening en ontbrekende infrastructuur.

Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEWM: “Dit biedt onvoldoende perspectief voor concurrerende verduurzaming van de energie-intensieve industrie in Europa. Zolang betaalbare koolstofarme energie, voldoende infrastructuur en uitvoerbare technologieën ontbreken, dreigt het EU ETS vooral de kosten voor de industrie te verhogen zonder dat bedrijven daadwerkelijk in staat zijn hun uitstoot in hetzelfde tempo te verminderen. De voorstellen zijn meer gericht op het realiseren van klimaatdoelen door de-industrialisatie dan door verduurzaming van de industrie. Dat is teleurstellend en een gemiste kans.”