Het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) vormt de basis voor de ontwikkeling van het Nederlandse energiesysteem richting 2040 en 2050. Het plan geeft richting aan investeringen in energie-infrastructuur, productie, waterstof, CO₂-transport en de verdere verduurzaming van de industrie. De eerste versie van het NPE is in 2024 gepubliceerd en nu wordt gewerkt aan een actualisatie. Naar aanleiding de aangenomen motie-Jumelet, die aandrong op een consultatie van het geactualiseerde NPE, heeft VEMW, naast een mondelinge, een schriftelijke reactie ingediend bij het ministerie van Klimaat en Groene Groei.
Richtinggevend én uitvoerbaar
VEMW benadrukt dat het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) een richtinggevend document moet blijven voor de ontwikkeling van het Nederlandse energiesysteem richting 2040 en 2050. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het plan voldoende ruimte biedt om in te spelen op technologische ontwikkelingen, geopolitieke veranderingen en Europese regelgeving. Alleen zo kan het NPE ook op de langere termijn een bruikbaar kader blijven voor investeringsbeslissingen van overheden, netbeheerders en bedrijven.
Meer aandacht voor uitvoerbaarheid
In haar reactie vraagt VEMW aandacht voor een aantal onderwerpen die nader moeten worden uitgewerkt. Zo ontbreekt nog een concrete uitwerking van het instrumentarium waarmee investeringen in elektrificatie, flexibiliteit, waterstof en verduurzaming daadwerkelijk mogelijk worden gemaakt. Daarbij denkt VEMW onder meer aan instrumenten zoals demand-side Contracts for Difference (CfD's) en andere maatregelen die de businesscase voor industriële verduurzaming versterken. Ook pleit VEMW voor voldoende ruimte voor transitietechnologieën, zoals blauwe waterstof, en voor een hoge en uniforme waterstofkwaliteit die aansluit bij de behoeften van industriële gebruikers. Centrale zuivering is immers doelmatiger en goedkoper dan wanneer individuele bedrijven zelf aanvullende zuiveringsinstallaties moeten realiseren.
Daarnaast vraagt VEMW nadrukkelijk aandacht voor de ontwikkeling van vraag, aanbod en infrastructuur in onderlinge samenhang. Alleen wanneer deze gelijktijdig worden ontwikkeld en aansluiten bij de behoeften van bedrijven en burgers, kan de energietransitie doelmatig en tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten plaatsvinden.
Betaalbaarheid centraal
Een belangrijk aandachtspunt in de reactie is de betaalbaarheid van het toekomstige energiesysteem. De energietransitie vraagt om omvangrijke investeringen in elektriciteits-, waterstof-, CO₂- en gasinfrastructuur. VEMW vindt dat het NPE duidelijker moet maken hoe deze kosten beheersbaar blijven en hoe zij eerlijk worden verdeeld tussen huidige en toekomstige gebruikers. Daarbij spelen fundamentele vragen, zoals in hoeverre investeringen in toekomstige infrastructuur via de huidige nettarieven moeten worden doorbelast en hoe de kosten worden verdeeld tussen Nederlandse en buitenlandse gebruikers.
Daarnaast vraagt VEMW aandacht voor risico's die de markt niet zelfstandig kan dragen, zoals het vollooprisico van nieuwe CO₂-netwerken, het leeglooprisico van het aardgasnet en ketenrisico's bij CCS. Ook moet worden voorkomen dat first movers onevenredig hoge kosten dragen voor de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur. Waar vraag en aanbod elkaar niet vanzelf vinden, ziet VEMW bovendien een rol voor de overheid om met passende instrumenten, zoals demand-side CfD's, de noodzakelijke investeringen in verduurzaming mogelijk te maken.
VEMW vindt dat het NPE ook ruimte moet bieden voor een fundamentele discussie over de inrichting van het netbeheer. De energietransitie vraagt om een geïntegreerd energiesysteem dat data-gedreven, efficiënt en als één samenhangend systeem functioneert. Daarbij past de vraag of de huidige inrichting met zes regionale en twee landelijke netbeheerders ook op de lange termijn nog de meest doelmatige organisatievorm is, of dat aanpassingen nodig zijn om de maatschappelijke kosten te beperken en het energiesysteem efficiënter te laten functioneren.
Meer aandacht voor onzekerheden
Tot slot pleit VEMW ervoor om de aannames en onzekerheden waarop het NPE is gebaseerd explicieter te maken. Ontwikkelingen zoals Europese regelgeving, geopolitieke veranderingen, de groei van de energievraag, technologische innovaties, de beschikbaarheid van infrastructuur en de ontwikkeling van een gelijk speelveld binnen Europa kunnen grote invloed hebben op de uitvoering van het plan. Door deze onzekerheden inzichtelijk te maken en handelingsperspectieven te ontwikkelen wanneer aannames anders uitpakken dan verwacht, wordt het NPE robuuster en krijgen bedrijven meer zekerheid voor langetermijninvesteringen.
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: "Het NPE geeft terecht richting aan het energiesysteem van de toekomst, maar uiteindelijk moet dat systeem de gebruiker dienen. Bedrijven kunnen en willen investeren in de energietransitie, mits de randvoorwaarden op orde zijn. Dat vraagt om een uitvoerbaar plan, realistische aannames, passende instrumenten en een eerlijke verdeling van de kosten. Alleen dan kan Nederland verduurzamen én aantrekkelijk blijven als vestigingsland voor de industrie."