Terug naar nieuws

Stem eindgebruikers minimaal in EU waterstofkwaliteitsrapport

ENNOH publiceert het waterstofkwaliteitsmonitoringrapport

Waterstof Kwaliteit3 juni 2026Paul Villalobos Valdivia

ENNOH (European Network of Network Operators for Hydrogen) voert voor de eerste keer haar wettelijke taak uit om onderzoek te doen naar waterstofkwaliteit in de EU. Het aandeel eindgebruikers met een bijdrage is beperkt.

Rapport

Artikel 59 van Verordening (EU) 2024/1789 verplicht ENNOH elke twee jaar een waterstofkwaliteitsmonitoringrapport te publiceren. De volgende editie van het rapport zal in 2028 worden gepubliceerd. Het gros van het rapport bevat de reacties van belanghebbenden op de consultatie die eerder dit jaar plaatsvond en ingediende position papers.

Vertegenwoordiging

25 partijen dienden een reactie op de consultatie in. Van de 25 respondenten is er enige overlap tussen de vertegenwoordiging. Het gros vertegenwoordigt de belangen van de infrastructuurpartijen en de (waterstof-)opslagbeheerders. Maar 3 partijen komen op voor de belangen van de eindgebruikers, waaronder IFIEC (belangenorganisatie voor industriële energiegebruikers in Europa). Via IFIEC, waarvan VEMW lid is, zijn de belangen van de VEMW-leden ingebracht. De belangen van de toekomstige waterstofproducenten via elektrolyse zijn naast de stem van de Europese industriële gassenorganisatie (EIGA) niet meegekomen.

Inbreng IFIEC

IFIEC heeft gewezen op het belang van de eindgebruikers. De verwachting is dat de waterstofgebruikers van de toekomst voor een groot deel overeenkomen met de huidige gebruikers (chemie, raffinaderijen, kunstmest). Deze gebruikers hebben een hoge kwaliteit nodig voor hun processen. IFIEC pleit daarom voor een waterstofkwaliteitsstandaard van ≥99,9 mol % met een strikte bandbreedte van contaminanten. Om kostbare decentrale zuivering te voorkomen is het belangrijk dat het netwerk de noodzakelijke waterstofkwaliteit levert. Ook wijst IFIEC op de voornaamste toekomstige productiemethode (elektrolyse) die hoogzuivere waterstof produceert. IFIEC ziet het belang van de laagste kosten in de keten, maar waarschuwt voor de gevolgen van kwaliteit die niet in lijn is met de benodigdheden van de gebruikers.

Andere belangen

De inbreng van andere partijen (infrastructuurbeheerders, opslagen) weegt door de vele respondenten die deze belangen vertegenwoordigen zwaar mee in het rapport. Zo wordt het belang van waterstofopslagen erg zwaar gewogen, wijzen de meeste partijen op een standaard tussen de 98–99,5 mol% en twijfelen partijen over de mogelijkheid om de levering van een hoge kwaliteit te garanderen.

Conclusies en aanbevelingen van ENNOH

In het rapport doet ENNOH geen aanbevelingen voor een kwaliteitsstandaard. ENNOH concludeert dat de aanwezige contaminanten in de waterstof belangrijker zijn dan het percentage aanwezige waterstof. Daarnaast doet ENNOH drie aanbevelingen betreffende waterstofkwaliteit:

  • Begin zo snel mogelijk met het monitoren van waterstofkwaliteit;
  • Start het proces van de Europese standaardisering betreffende waterstofkwaliteit;
  • Prioriteer het opstellen van de netwerkcode interoperabiliteit en data-uitwisseling.

Algemeen Directeur VEMW, Hans Grünfeld, reageert op het rapport: ‘Het is zorgwekkend dat in een rapport over waterstofkwaliteit de stem van eindgebruikers zo beperkt vertegenwoordigd is, terwijl juist zij uiteindelijk bepalen of de infrastructuur gebruikt gaat worden. Ook de belangen van toekomstige waterstofproducenten via elektrolyse zijn nauwelijks zichtbaar. Zonder voldoende aandacht voor de behoeften van gebruikers dreigt het risico dat bedrijven de waterstofbackbone gaan vermijden en decentrale oplossingen kiezen. Zoals wij ook tijdens het Infrastructure Forum van de Europese Commissie hebben benadrukt, is een hoge waterstofkwaliteit noodzakelijk om te voorkomen dat infrastructuur onvoldoende gebruikt wordt en uiteindelijk het risico loopt een stranded asset te worden. De klant zou centraal moeten staan – ook voor netbeheerders. Want zonder gebruikers krijg je geen netwerk met een hoge benuttingsgraad, en zonder netwerk met een hoge benuttingsgraad ontstaat er geen liquide waterstofmarkt. Die realiteit moet in Nederland én Europa nog verder indalen.’

Het rapport is te vinden in onze Kennisbank.