Terug naar nieuws

VEMW: eerst naleving energiebesparingsplicht verbeteren, dan pas aanscherpen

Beleid en toezicht, Wet- en regelgeving2 juni 2026Tom Streef

VEMW heeft een consultatiereactie ingediend op het ontwerpbesluit tot wijziging van de energiebesparingsplicht per 2027. In die reactie steunt VEMW het doel van energiebesparing, maar plaatst daarbij kritische kanttekeningen bij de voorgestelde aanscherping.

De huidige energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd tot vijf jaar uit te voeren. Het ministerie werkt nu aan een wijziging per 2027. Onderdeel van het ontwerpbesluit is onder andere dat de terugverdientijd wordt verhoogd naar zeven jaar. Daarnaast komen sectoren met uniforme processen of dominant gebouwgebonden energiegebruik, die nu onder de onderzoeksplicht vallen, onder de informatieplicht te vallen. VEMW heeft binnen de consultatie op een aantal punten gereageerd.

Onbenut potentieel onder bestaande plicht

Onderzoek van CE Delft laat zien dat de bestaande energiebesparingsplicht onvoldoende wordt nageleefd: een aanzienlijk deel van de doelgroep heeft geen rapportage ingediend, en ook bij rapporterende bedrijven blijven verplichte maatregelen deels onuitgevoerd. VEMW stelt dat dit onbenutte besparingspotentieel eerst moet worden benut voordat nieuwe verplichtingen worden opgelegd.

Vraagtekens bij terugverdientijd van zeven jaar

De voorgestelde verhoging van de terugverdientijd van vijf naar zeven jaar voor energiebesparende maatregelen vraagt om nadere onderbouwing. Voor energie-intensieve industrie zitten de grootste besparingsmogelijkheden in processpecifieke, kapitaalintensieve maatregelen. Een uniforme terugverdientijd sluit daar beperkt op aan. Bovendien bestaat het risico dat verplichte kleinere maatregelen de investeringsruimte voor grotere verduurzamingsprojecten beperken.

Randvoorwaarden en gelijk speelveld

VEMW vraagt om concreet flankerend beleid, inclusief toegankelijke subsidies, voordat de verplichting wordt aangescherpt. Ook wijst VEMW op het risico van een ongelijk speelveld: de Nederlandse plicht gaat al verder dan de Europese minimumeis van drie jaar terugverdientijd, en een verdere ophoging vergroot dat verschil.

Hans Grünfeld, algemeen directeur van VEMW: "Wij onderschrijven het belang van energiebesparing en verduurzaming, maar aanvullende verplichtingen moeten passend, uitvoerbaar en proportioneel zijn. Zolang de bestaande plicht onvoldoende wordt nageleefd en het additionele effect niet aantoonbaar is, is aanscherping niet de juiste stap."

De volledige consultatiereactie en het onderzoek van CE Delft zijn beschikbaar in de kennisbank.