Terug naar nieuws

VEMW kritisch op subsidieregeling STIHWI voor hernieuwbare waterstof

Waterstof Subsidie11 februari 2026Paul Villalobos Valdivia

Het Nederlandse subsidiebouwwerk voor de opschaling en inzet van hernieuwbare waterstof (RFNBO) was tot nu toe gericht op de productiezijde. Met een budget van €662 miljoen is de overheid voornemens de afnamekant te stimuleren met de. Helaas schiet de huidige inrichting van de regeling tekort om de inzet van additionele volumes RFNBO-waterstof te realiseren, aldus VEMW.

Huidige subsidiebouwwerk in Nederland

Voor de productie van RFNBO-waterstof hebben waterstofproducenten in Nederland toegang tot verschillende subsidiemogelijkheden zoals H2Global, de SDE++ en de OWE-subsidies. Voor de afnamekant introduceren het ministerie van Klimaat en Groene Groei en Economische Zaken nu de ‘Subsidieregeling stimulering toename inzet hernieuwbare waterstof in de industrie’, oftewel de STIHWI.

HWI-W systematiek

Nederlandse waterstofgebruikers (vanaf 0,1 kton) worden vanaf 2027 verplicht 0,2% van hun waterstofgebruik te vervangen met RFNBO-waterstof. Deze verplichting loopt op tot 4% in 2030 en 9,9% in 2035. Bedrijven kunnen aan hun verplichting voldoen door zelf RFNBO-waterstof in te zetten. Indien dat niet mogelijk is, hebben zij toegang tot certificaten. Deze certificaten, de hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstof (HWI-W), vertegenwoordigt 1 GJ RFNBO-waterstofgebruik. Wanneer gebruikers 1 GJ RFNBO-waterstof in de industrie inzetten wordt een certificaat gegenereerd bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Waterstofgebruikers moeten aan het eind van het jaar voldoende HWI-W’s op hun rekening bij de NEa hebben om aan de jaarverplichting te voldoen.   

Subsidieopzet

De toekenning van de STIHWI verloopt via een tendermechanisme. Aanvragen worden gerangschikt op basis van een bod. Dit bod hangt samen met de gevraagde subsidie-intensiteit (€ per HWI-W) en de duur van de contractperiode (4 tot 8 jaar, inclusief 2030). Om een bieding in te dienen moet een waterstofgebruiker de mogelijkheid hebben fysiek RFNBO-waterstof in te zetten en een leveringsovereenkomst afsluiten met een producent (of importterminal) van RFNBO-waterstof. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland selecteert de meest concurrerende biedingen. Wanneer een gebruiker een subsidiebeschikking heeft ontvangen en RFNBO-waterstof inzet draagt hij de gegenereerde HWI-W’s af aan de minister en ontvangt subsidie.

Voorwaarden

De gecontracteerde volumes RFNBO-waterstof mogen niet eerder gecontracteerd zijn. Het betreft dus additionele volumes. De waterstofproducent (of importterminal) moet al FID genomen hebben of binnen 3 maanden van subsidiebeschikking FID nemen. Ook mag per aanvraag maximaal €200 miljoen subsidie worden aangevraagd.

Opzet belemmert investeringen en opschaling

VEMW stelt dat de huidige opzet van de STIHWI erg ingewikkeld is en in de praktijk onvoldoende aansluit bij de investeringsrealiteit van industriële projecten. Waar businesscases doorgaans een horizon van 15 tot 20 jaar hebben, is de geboden subsidieperiode van 4 tot 8 jaar te kort. Ook de voorwaarde om binnen 3 maanden FID op de waterstofproductiefaciliteit te nemen werkt niet in de praktijk. Bovendien werkt het rangschikkingscriterium, waarbij het bod wordt bepaald door prijs maal duur, contraproductief. In plaats van het belonen van lage subsidie per eenheid waterstof en grootschalige volumes, wordt nu een voorkeur uitgesproken voor korte subsidieperiodes. Ook leidt het subsidieplafond per aanvraag tot relatief beperkte volumes ondersteunde waterstof.

De volledige VEMW-reactie is te vinden in onze Kennisbank.