Advies Wetenschappelijke Klimaatraad: keuzes mbt. steunverlening industrie noodzakelijk
In aanloop naar de coalitievorming heeft de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) een ongevraagd advies uitgebracht over hoe Nederland kan komen tot een toekomstbestendige industrie. Het doel is een industrie die past binnen een klimaatneutrale toekomst, internationaal concurrerend is en bijdraagt aan brede welvaart. Volgens de WKR is dit onder het huidige beleid en binnen de bestaande randvoorwaarden niet haalbaar. Er is onvoldoende ruimte, publieke financiering, arbeidskracht, elektriciteit en milieuruimte beschikbaar om alle bestaande industriële activiteiten tegelijkertijd te verduurzamen. Dit maakt het noodzakelijk om keuzes te maken over welke industriële sectoren actief ondersteund worden. De WKR doet aanbevelingen, waaronder het selecteren van industriële sectoren die passen binnen deze langetermijnvisie, het zorgen voor consistent en voorspelbaar beleid, en het afdekken van risico’s door de overheid bij de ontwikkeling van duurzame infrastructuur. De WKR geeft aan dat het advies tot stand is gekomen mede op basis van gesprekken met tal van betrokken organisaties, waaronder VEMW.
Verduurzamingsbeleid
Volgens de WKR heeft het huidige beleidsinstrumentarium voor de verduurzaming van de industrie slechts beperkt effect gehad. Dit komt doordat het beleid sterk is gericht op kosteneffectieve technologieën (euro per vermeden ton CO₂) en op korte termijnemissiereducties binnen de bestaande industriële structuur. Als gevolg hiervan zijn de industriële emissies sinds 2010 met slechts 7,8% gedaald. Door dit lage reductietempo is de kans dat het klimaatdoel voor 2030 wordt gehaald slechts circa 5%. Daarnaast ondermijnt inconsistent klimaatbeleid de investeringsbereidheid van bedrijven: investeringen die rendabel lijken onder bestaand beleid, verliezen hun businesscase wanneer beleid wordt aangepast of ingetrokken.
Keuzes
Het gelijktijdig ondersteunen van alle huidige industriële activiteiten onder bestaande marktomstandigheden leidt volgens de WKR tot negatieve sociale, economische en milieugevolgen. Daarom is het noodzakelijk om keuzes te maken om ruimte te creëren en te behouden voor activiteiten die substantieel bijdragen aan brede welvaart. Deze keuzes vereisen bestuurlijke moed, erkenning van mogelijke nadelige effecten en de bereidheid tot bijsturen indien blijkt dat gemaakte keuzes niet optimaal zijn. Een van de kernadviezen is om te bepalen welke sectoren behouden en ondersteund worden op basis van hun bijdrage aan concurrentiekracht, strategische autonomie en normatieve afwegingen binnen het concept van brede welvaart.Voor geselecteerde sectoren kan gerichte ondersteuning worden geboden, zoals de ontwikkeling van een toekomstgericht verdienmodel, prioritering bij infrastructuurontwikkeling en aanvullende subsidies. Sectoren die niet binnen deze selectie vallen, worden niet actief ondersteund, maar ook niet doelbewust afgebouwd.
Infrastructuur
De beschikbaarheid van duurzame elektriciteitsinfrastructuur is een noodzakelijke randvoorwaarde voor de elektrificatie en verduurzaming van de industrie, maar staat onder grote druk. In het huidige beleids- en marktkader is het onzeker of en wanneer voldoende netcapaciteit beschikbaar komt. Daarom is het noodzakelijk dat de overheid een actieve rol neemt door risico’s bij de ontwikkeling van duurzame infrastructuur af te dekken. Deze risico’s hebben betrekking op onzekerheid over de toekomstige elektriciteitsvraag, oplopende investeringskosten en juridische vertragingen. Dergelijke risico’s kunnen niet door marktpartijen alleen worden gedragen en vereisen daarom overheidsinterventie.
Het afdekken van deze risico’s leidt echter niet automatisch tot lagere nettarieven voor de industrie. Aanvullend beleid is noodzakelijk, waaronder kostenbeperking, harmonisatie van net- en aansluit tarieven binnen de EU en gerichte publieke ondersteuning van nettarieven. Deze ondersteuning dient selectief te worden toegepast. Wanneer de industriële vraag afneemt als gevolg van gemaakte keuzes in sectorondersteuning, bestaat het risico dat de vaste kosten van het elektriciteitsnet onevenredig worden afgewenteld op andere gebruikersgroepen.
Welvaart
Hans Grünfeld, algemeen directeur van de VEMW: “Het rapport beveelt de overheid aan om keuzes te maken met betrekking tot de ondersteuning van industriële bedrijven. Minder duidelijk geeft het advies aan hoe dergelijke keuzes moeten worden gemaakt. Het aanwijzen van winnaars en verliezers in de industrie brengt grote risico’s met zich mee. De Nederlandse industrie is sterk verweven met belangrijke industriële ecosystemen en Europese waardeketen. Als verkeerde keuzes worden gemaakt, zijn de gevolgen onomkeerbaar. We zien nu al dat sinds 2022 het aantal sluitingen van chemische fabrieken in Europa zes keer zo hoog is geworden en dat nieuwe investeringen nagenoeg niet meer worden gedaan. Tegelijkertijd betekent dit niet dat keuzes kunnen worden uitgesteld; juist daarom moet de overheid zich blijven richten op het creëren van een goed investeringsklimaat en robuuste randvoorwaarden voor verduurzaming. Daarbij zijn de betaalbaarheid en beschikbaarheid van elektriciteit cruciaal, en zou de harmonisatie van netkosten met andere Europese landen een duidelijke prioriteit moeten zijn.”
Het rapport is te vinden in onze Kennisbank.