Wennink presenteert routekaart voor het veiligstellen van de Nederlandse welvaart
Overheid moet voorwaarden scheppen en regie nemen
De Nederlandse verzorgingsstaat staat onder druk door geopolitieke spanningen, handelsconflicten en een groeiende concurrentiekloof. Deze factoren beperken de structurele groei tot slechts 0,5 à 0,9% per jaar, terwijl 1,5–2% nodig is om een sterke economie en maatschappelijke voorzieningen te behouden. Volgens het rapport-Wennink zijn daarom urgente en gerichte investeringen nodig in domeinen die Nederland strategisch relevant houden: digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, en life sciences en biotechnologie. Ook pleit het rapport voor een realistische en robuuste energiestrategie waarmee Nederland zowel klimaatverantwoord als economisch concurrerend kan blijven. “Het doel van de energietransitie is het ombouwen van onze industrie, niet het afbouwen.”
Strategische relevantie
Nederland en Europa lopen achter in cruciale technologische niches. Daardoor neemt onze strategische afhankelijkheid toe, terwijl technologie steeds vaker wordt ingezet als instrument van politieke en economische invloed. Wie afhankelijk is van buitenlandse technologie verliest zeggenschap over voorwaarden, prijzen en toegang. Specifiek noemt het rapport de energie-intensieve industrie, waarvan strategische sectoren weglekken naar landen met minder duurzame energievoorzieningen, “wat onze economie schaadt, onze strategische afhankelijkheid vergroot en de mondiale broeikasgasuitstoot niet vermindert.” Het rapport identificeert vier sleutelgebieden die bepalend zijn voor onze toekomstige economie en maatschappelijke welvaart: Digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie en life sciences en biotechnologie. Deze sectoren vormen de ruggengraat van de noodzakelijk transities, kennen een explosief groeiende vraag en zijn van grote invloed op geopolitieke machtsverhoudingen.
Randvoorwaarden
Om het investeringspotentieel van €126 miljard te benutten, moeten de randvoorwaarden voor innovatie en groei in strategische sectoren fundamenteel worden versterkt. De huidige knelpunten, zoals trage vergunningverlening, netcongestie en een structureel tekort aan technisch talent, remmen de noodzakelijke transities en vergroten de achterstand van Nederland en Europa.
In het rapport wordt benadrukt dat de toegang en betaalbaarheid van energie onder druk staan. Netcongestie en de hoge energieprijzen ondermijnen de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie op de wereldmarkt en remmen de economische groei. Daarom is het essentieel dat uitbreiding van het elektriciteitsnet strategisch wordt aangepakt, waarbij de Rijksoverheid de regie neemt. Nu kan regionale afstemming over locaties voor energieprojecten tot wel tien jaar duren; ook vergunningprocedures moeten daarom aanzienlijk worden versneld.
Daarnaast moet de bestaande infrastructuur zo efficiënt mogelijk worden benut. Dit kan onder meer door subsidies voor grootverbruikers die flexibiliteit op het net kunnen leveren wanneer de maatschappelijke baten groter zijn dan de kosten voor de industrie. Ook wordt voorgesteld om de stabiliteitseisen voor het net te flexibiliseren, omdat de huidige normen de benutting tot ongeveer 30% beperken.
Om de energieprijzen te verlagen wordt geadviseerd de energiebelasting voor de industrie te verlagen tot het Europese minimumtarief. Nu de nettarieven naar verwachting met gemiddeld 5% per jaar stijgen, is het bovendien wenselijk de kosten voor uitbreiding van de infrastructuur meer gespreid in de tijd te heffen. Ten slotte wordt gepleit voor maatregelen die een gelijk speelveld voor Nederland waarborgen, zoals het verzekeren dat de elektriciteitsprijzen concurrerend blijven met België en Duitsland en het schrappen van aanvullende heffingen, waaronder de CO₂-heffing.
Aangezien verwacht wordt dat de energieprijzen op korte termijn niet zullen dalen, zal niet alle industrie concurrerend kunnen blijven. Dit is vooral zorgwekkend voor sectoren zoals chemie, raffinage en staal, die de basis vormen voor verschillende waardeketen van hoogwaardige producten (bijvoorbeeld kogelwerende vezels, elektrochemische grondstoffen en ultraschone polymeren). Wanneer deze sectoren niet in Nederland behouden blijven, neemt de afhankelijkheid van derde landen toe. Om deze kritieke sectoren te behouden, zijn vraagcoördinatie (vraagcreatie) en een versterking van het Carbon Border Adjustment Mechanism noodzakelijk.
Regie
Hans Grünfeld, algemeen directeur VEMW: “Het beeld dat het rapport van Wennink schetst is dat van een grote uitdaging: snel en slagvaardig investeren in economische groei en het vermogen te behouden om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te bieden en daarmee onze toekomstige welvaart veilig te stellen. Dit advies is belangrijk en komt geen seconde te vroeg. Met de kabinetsformatie eindelijk op stoom leest het rapport als een cruciaal hoofdstuk van het regeerakkoord. Naast voorstellen voor strategische domeinen waarop Nederland zich zou moeten focussen, benadrukt het rapport terecht het belang van het creëren van de juiste randvoorwaarden, waaronder betaalbare en betrouwbare energie. De benoemde oplossingen behoren niet tot het sterkste deel van het rapport, het pleidooi voor de juiste financiering en bestuurlijke organisatie zijn daarentegen zeer waardevol. Zorg voor het toekomstig verdienvermogen is chef sage en dient rechtstreeks onder de minister-president te vallen. De instelling van een onafhankelijke Commissaris voor Toekomstige Welvaart, met een eigen fonds voor de uitvoering van interdepartementale projecten, kan volgens Wennink de huidige impasse doorbreken en de slagkracht bieden om de transities te versnellen en de toekomstige welvaart van Nederland veilig te stellen.”
Het rapport is te vinden in onze kennisbank.