Terug naar nieuws

CBb einduitspraak methodebesluiten elektriciteit en gas 2017 – 2021

WACC vastgesteld op oorspronkelijke waarde: 3,0% in 2021

Elektriciteit Gassen Netwerken, Prijzen en tarieven10 december 2019Thessa de Ridder

Het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 28 november 2019 einduitspraak gedaan in de beroepen van de elektriciteits- en gasnetbeheerders tegen de methodebesluiten 2017 – 2021. Na eerdere uitspraken in 2018 heeft toezichthouder ACM de methodebesluiten hersteld. Op enkele punten waren de netbeheerders het oneens met de ACM. Het CBb heeft op twee daarvan de ACM in het ongelijk gesteld: de WACC en nacalculatie van onderhoudskosten Net op Zee.

WACC
Bij de herziening van de kapitaalslastenvergoeding, de ‘Weighted Average Cost of Capital’ (WACC), heeft de ACM de WACC opnieuw berekend. Daarbij kwam deze door actuele gegevens lager uit (2,8%) dan oorspronkelijk vastgesteld (3,0%). De ACM heeft de lagere waarde vastgesteld, omdat andere wijzigingen in de methodebesluiten voordelig uitpakten voor de netbeheerders. Over het geheel genomen bleven de nieuwe besluiten dan ook boven de ondergrens, en dat is een belangrijke randvoorwaarde in het Nederlandse recht: degene die een beroep instelt mag er niet op achteruit gaan. Het CBb stelt nu in haar einduitspraak dat niet naar het totaal gekeken moet worden maar naar het afzonderlijke besluitonderdeel. Door de WACC lager vast te stellen, werden de netbeheerders volgens het CBb toch slechter van hun beroep. Het CBb stelt daarom zelf de WACC vast op de oorspronkelijke waarde (3,0% in 2021).

Nacalculatie
Het tweede punt ging over de nacalculatie van de onderhoudskosten van het Net op Zee. In de eerdere uitspraak uit 2018 had het CBb geoordeeld dat de ACM beter moest motiveren waarom de onderhoudskosten voor het Net op Zee niet werden nagecalculeerd. Nacalculatie kan onder meer plaatsvinden als de kosten slecht zijn te schatten. De ACM had daarom in het herstelbesluit opnieuw gekeken of deze kosten voor het geheel slecht te schatten waren. Daarbij had de ACM een onderscheid gemaakt in preventieve en correctieve (onderhoud bij calamiteiten) onderhoudskosten. Preventief onderhoud is beter in te schatten en daarom vond de ACM een toezegging om ook dit na te calculeren niet nodig. Voor correctief onderhoud deed de ACM deze toezegging wel. Het CBb ziet echter onvoldoende basis voor dit onderscheid. Het CBb voorziet op dit punt vervolgens zelf in de zaak, door te bepalen dat de ACM de kosten voor zowel preventief als correctief onderhoud op zee moet nacalculeren voor zover deze kosten zich daadwerkelijk hebben voorgedaan en niet op een andere wijze worden vergoed.