Terug naar nieuws

SDE++ geeft industrie investeringsmogelijkheden CO₂- arme technologie

Complexe technologieën behoeven flexibele regeling

Klimaat Beleid en toezicht3 april 2019Thessa de Ridder

Het kabinet wil als onderdeel van het Klimaatakkoord een “ SDE++ regeling” introduceren voor technologieën die de industrie moeten helpen verduurzamen. Consultancybureau Navigant onderzocht 20 verschillende technologieën op hun geschiktheid voor zo’n nieuwe, verbrede subsidieregeling. Uitkomst: de regeling biedt mogelijkheden wanneer deze flexibel ingericht wordt om de vaak complexe toepassingen het hoofd te kunnen bieden.

Uitbreiding van de SDE+
Het kabinet kondigde eind vorig jaar een verbreding van de SDE+ aan, met als doel CO₂-reductie in de industrie te ondersteunen. De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+) is een bestaande subsidieregeling die uitsluitend gericht is op hernieuwbare energieproductie. Subsidie wordt toegekend in 6 categorieën en verdeeld over 3 fases. De nieuwe regeling moet vanaf 2020 CO₂-reducerende technologieën stimuleren door de onrendabele top (ORT) te vergoeden. Nieuw is dat naast hernieuwbare opwek ook toepassingen als [meer voorbeelden] CO₂ opslag- (CCS) en hergebruik (CCU) in aanmerking komen voor subsidie. Deze nieuwe subsidieregeling krijgt de naam Stimuleringsregeling Duurzame Energietransitie (SDE++).

Conclusies
Navigant heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) via marktconsultatie onderzocht welke technologieën in de industrie geschikt zijn voor de toekomstige subsidieregeling. Er zijn 20 verschillende technologieën onderzocht. De hoofdconclusie van het rapport is dat al die technologieën in de basis in de nieuwe subsidieregeling kunnen passen. Voor een aantal technologieën bestaan er echter complexe knelpunten en zullen er beleidsmatige keuzes moeten worden gemaakt over de inpassing in de nieuwe subsidieregeling. Zo nemen de werkelijke CO₂-emissies op korte termijn toe als gevolg van elektrificatie bij technologieën met een hoge intensiteit, zoals elektrische boilers. Vanwege het ontbreken van een uniforme productie-eenheid kon er voor droogtechnieken en scheidingstechnieken geen schatting van de subsidie intensiteit worden gemaakt. Voor processen zoals stoomrecompressie was het niet mogelijk om één referentietechnologie vast te stellen en zullen daarom case-specifiek behandeld moeten worden.

Algemeen directeur van VEMW, Hans Grünfeld: “het is goed dat het onderzoek aantoont dat technologieën gericht op de reductie van CO2-emissies in de industrie inpasbaar zijn in de nieuwe SDE++ regeling. Elektrificatietechnologieën en toepassingen zoals CO₂-opslag (CCS) dragen in belangrijke mate bij aan de reductieopgave van 14,3 Mton die de industrie volgens het Klimaatakkoord in 2030 moet realiseren. Essentieel is dat er voldoende aandacht is voor de onrendabele top (ORT) bij de toepassing van de veelal complexe technologieën. Zo kan een overstap naar elektrische verwarming tot hogere netwerkkosten leiden. Een hybride systeem, zoals een elektrische boiler, draagt bij aan de flexibilisering van het elektriciteitssysteem, maar brengt een groot investeringsrisico mee vanwege verhoogde aansluitings- en transportkosten en hoge operationele kosten. Het is belangrijk dat dit soort knelpunten worden geadresseerd in de nieuwe subsidieregeling. Vanwege deze uiteenlopende knelpunten is het belangrijk dat er ruimte is voor een flexibele regeling, die technologieën per geval bekijkt.”