CE Delft Zeefstudie 2026: herziening methode en uitvoering. Kosteneffectieve alternatieven voor CCS
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat CCS niet mag worden gesubsidieerd ten koste van de ontwikkeling van andere alternatieven. Vanuit dat uitgangspunt is onderzocht voor welke industriële processen reeds een kosteneffectief alternatief beschikbaar is, en waar CCS mogelijk minder voor de hand ligt.
Ten opzichte van eerdere edities is de methodologie geactualiseerd om deze afweging beter te onderbouwen. Er zijn interviews uitgevoerd met industriële partijen voor wie CCS een reële optie is. Daarnaast zijn de randvoorwaarden voor alternatieve technologieën (ten opzichte van CCS) en de bijbehorende onzekerheden expliciet meegenomen in de analyse. Hierdoor ontstaat een beter beeld van zowel de technische haalbaarheid als de praktische toepasbaarheid van alternatieven.
Uit deze analyse blijkt dat voor het indampen van waterige oplossingen kosteneffectieve alternatieven beschikbaar zijn, zoals de industriële warmtepomp en mechanische damprecompressie. Gezien deze beschikbare en haalbare opties wordt geadviseerd om de subsidie voor CCS voor deze specifieke toepassing te beperken.
Een vergelijkbare redenering geldt voor de productie van lage temperatuurwarmte (<200 °C). Ook hier zijn alternatieve technologieën beschikbaar, waardoor het minder wenselijk is om CCS voor dit type processen te subsidiëren.
Tegelijkertijd vraagt de toepassing van deze alternatieve technologieën om een grotere elektriciteitsaansluiting. Door netcongestie is dit momenteel niet altijd mogelijk. Dit knelpunt is in zekere zin vergelijkbaar met de beperkte beschikbaarheid van CCS-infrastructuur. Het verschil is echter dat de uitbreiding van elektriciteitscapaciteit naar verwachting op termijn beter schaalbaar is dan de ontwikkeling van nieuwe CCS-infrastructuur, waardoor het perspectief op beschikbaarheid gunstiger lijkt.
Voor de productie van hoge temperatuurwarmte (>500 °C) ligt de situatie anders. Een mogelijk alternatief is een op biomassa gestookte oven. Hoewel dit technisch haalbaar is, zijn de benodigde hoeveelheden biomassa op industriële schaal aanzienlijk. De extra vraag naar biomassa kan daardoor een beperkende factor vormen voor bredere toepassing in andere sectoren. Om die reden wordt geadviseerd deze categorie vooralsnog binnen de subsidieregeling te behouden.