Terug naar nieuws

Wetsvoorstel verbod op gebruik laagcalorisch gas roept vragen op

Gassen Markt16 april 2019Thessa de Ridder

Landelijk gasnetbeheerder GTS krijgt een wettelijke taak om – negen - grootverbruikers van laagcalorisch gas met een verbruik van meer dan 100 mln m3 per jaar, om te schakelen van een bestaand aansluiting naar een aansluiting waarmee hoogcalorisch gas aan het net kan worden onttrokken. Dat staat in een wetsvoorstel ‘verbod op laagcalorisch gas voor de grootste afnemers’ van het ministerie van EZK dat ter consultatie is voorgelegd. Het wetsvoorstel roept vragen op.

Wetswijziging
Afnemers met een aansluiting op het landelijk gastransportnet van GTS die in de gasjaren 2017/2018 en 2018/2019 meer dan 100 mln m3(n) laagcalorisch gas hebben onttrokken krijgen als het aan de minister ligt een verbod op het verbruik van dat gas. Dat geldt 9 afnemers, waarvan 5 uit de industrie, 3 uit de elektriciteitsproductie en 1 uit de glastuinbouw. GTS krijgt volgens het wetsvoorstel de taak om deze 9 bedrijven om te schakelen naar hoogcalorisch gas. De kosten die GTS hiervoor moet maken (circa 600 mln euro, inclusief een kwaliteitsconversie installatie), mag het bedrijf via de nettarieven in rekening brengen bij al haar klanten. De kosten in de gasinstallaties van de 9 afnemers moeten die afnemers zelf betalen. Het voorstel voorziet in een nadeelcompensatieregeling (75 mln euro). Vooralsnog is onduidelijk in hoeverre de bedrijven daar gebruik van kunnen maken.

Belang
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “wij begrijpen het belang van een versnelde beëindiging van de gaswinning in Groningen. VEMW heeft sinds de eerste aankondiging van de minister dienaangaande in januari 2018 aangedrongen op een doelmatig pakket aan maatregelen om aan dit beleid invulling te geven. Bedrijven met een aansluiting op het laagcalorisch gasnet van GTS hebben in overleg met het ministerie aangegeven bereid te zijn constructief mee te werken en naar vermogen een bijdrage te leveren.”

Vragen
Grünfeld vervolgt: “de invulling die de minister kiest roept een aantal vragen op. Voor de gekozen grens van 100 mln m3 per jaar ontbreekt de onderbouwing. De minister heeft voor de negen grootste verbruikers van laagcalorisch gas een nadeelcompensatie in het vooruitzicht gesteld. De regeling blijkt echter zeer restrictief te zijn door kosten van de beperkte groep van 9 afnemers te scharen onder de noemer van 'ondernemersrisico'. Hij biedt partijen die gedwongen moeten afschakelen of omschakelen van het laagcalorisch gas geen enkele zekerheid dat zij een redelijke vergoeding voor daarmee verband houdende kosten krijgen. Van de Staat, zeker als betrokkene en belanghebbende bij het Gasgebouw, mag verwacht worden dat zij niet alleen verantwoordelijkheid neemt voor het oplossen van de problematiek, maar ook een redelijke bijdrage levert in de kosten die gemaakt moeten worden voor het oplossen van de genoemde problematiek.