Vergunningverlening

Vergunning voor directe en indirecte lozingen afvalwater

De meeste lozingen vallen onder algemene regels, zoals het Activiteitenbesluit. Maar voor risicovolle lozingen heeft u toestemming nodig van het bevoegd gezag, in de vorm van een vergunning. Uw waterbeheerder kan u vertellen of uw lozing een risicovolle lozing is. Met de vergunningcheck van het omgevingsloket kunt u nagaan of u een watervergunning nodig heeft of kunt volstaan met een melding. VEMW kan u hierbij ondersteunen.

Lozingen afvalwater in oppervlaktewater (directe lozing)
Als u een vergunning nodig heeft, beoordeelt de vergunningverlener of u voldoet aan “de stand der techniek”. Vervolgens beoordeelt de vergunningverlener wat de gevolgen zijn van uw lozing op het ontvangende watersysteem. Uw waterbeheerder houdt daarbij rekening met de chemische en ecologische doelstellingen die gelden voor het waterlichaam waarop u loost. De waterbeheerder beoordeelt of uw activiteit er niet toe leidt dat de doelen van de Europese Kaderrichtlijn water in gevaar komen.

De waterbeheerder beoordeelt dit door middel van een immissietoets. Hij maakt daarbij gebruik van het Handboek Immissietoets. Dit Handboek gaat over de toetsing van (punt)lozingen op oppervlaktewater. De bijdrage van VEMW bij de totstandkoming van dit Handboek garandeert dat uw belangen goed zijn verankerd in de beoordelingsmethodiek.

Lozing afvalwater op riool (indirecte lozing)
Als u op het riool loost, heeft u niet te maken met de Waterwet maar met de Wet milieubeheer. Mogelijk heeft u een omgevingsvergunning nodig. Deze vraagt u aan bij uw bevoegd gezag, veelal de gemeente. De gemeente vraagt meestal advies aan het waterschap. Het waterschap brengt een advies uit dat het bevoegd gezag betrekt bij de besluitvorming over de vergunningaanvraag. Het bevoegd gezag kan van dit advies afwijken. In sommige gevallen is het advies bindend.

Advies VEMW
VEMW kan u ondersteunen bij de aanvraag of wijziging van een vergunning als u afvalwater loost of wilt lozen.