2 december 2021

TenneT tarieven stijgen 9 – 15 procent in 2022

Stijgende kosten redispatch verhinderen geleidelijke tariefontwikkeling

De ACM heeft het tarievenbesluit voor TenneT gepubliceerd. Voor het tarievenbesluit heeft de ACM de maximale toegestane inkomsten van TenneT vastgesteld op ruim 849 miljoen euro. Vergeleken met 2021 stijgen de tarieven met gemiddeld 15 procent op het hoogspanningsnet (HS) en met gemiddeld 9 procent op het extrahoogspanningsnet (EHS). ACM wijkt hiermee noodgedwongen af van een eerder gegeven alternatief.

Afwijkend besluit ACM
Landelijk netbeheerder TenneT heeft 30 september 2021 een tarievenvoorstel ingediend. De ACM beoordeelde het daarin geschetste tarievenverloop – een daling van de tarieven in 2022 en een zeer scherpe stijging in 2023 – als onwenselijk. De ACM heeft onderzocht of het mogelijk is de tariefstijgingen voor 2022 en 2023 zoveel mogelijk te verdelen over deze jaren. Dit kan zij doen door veilingmiddelen die TenneT ontvangt voor het veilen van grenscapaciteit te gebruiken om in 2023 in plaats van in 2022 de tarieven te dempen. De ACM heeft in het verleden een gelijker tariefverloop op eenzelfde manier bewerkstelligd. Daarom publiceerde de ACM in oktober een gewijzigd voornemen, en vroeg betrokkenen te reageren op twee scenario’s: het voornemen van de ACM en een alternatief als optie. Het verschil tussen de scenario’s was het inzetten van ofwel helemaal geen veilinggelden in 2022 (dit was het voornemen van de ACM), of het inzetten van gedeeltelijk verminderde veilinggelden in 2022 (dit was het alternatieve scenario). VEMW heeft een voorkeur uitgesproken voor het alternatief. Dit alternatief zou leiden tot een tariefstijging van 0 procent in 2022 en een grotere stijging in 2023. Voor afnemers een administratief beter verwerkbare tariefontwikkeling. Uit aanvullende informatie die de ACM sindsdien van TenneT heeft ontvangen is gebleken dat de operationele kosten die TenneT mag betalen met de veilingmiddelen hoger zijn dan verwacht: redispatch kost TenneT ongeveer 150 miljoen euro meer. Het alternatieve scenario is hierdoor niet mogelijk (zie onderstaande uitleg) omdat er geen veilingmiddelen overblijven om de tarieven te dempen.

Veilinggelden
Het Europese elektriciteitsnet is opgesplitst in biedzones. In een biedzone geldt één elektriciteitsprijs; doorgaans komen de grenzen van biedzones overeen met de landsgrenzen. Biedzones maken het mogelijk dat bijvoorbeeld in Duitsland een andere elektriciteitsprijs geldt dan in Nederland. De verbindingen tussen biedzones heten interconnectoren. Op de huidige interconnectoren is de capaciteit onvoldoende om aan de vraag te voldoen en deze wordt daarom geveild. Omdat dit geld is opgebracht door afnemers, is afgesproken dat dit geld naar hen terugvloeit in de vorm van gedempte tarieven. De veilinggelden mogen conform artikel 19 van de Europese Richtlijn alleen voor tariefdemping worden ingezet als ze niet kunnen worden ingezet voor het oplossen van transportbeperkingen op de interconnectoren. De Richtlijn dwingt een netbeheerder om de veilinggelden eerst in te zetten om maximale capaciteit op de interconnectoren en/of de maximale capaciteit op de transmissienetten waarmee grensoverschrijdende elektriciteitsstromen worden verzorgd, uit te breiden of te handhaven. Doordat de kosten van deze verplichting 150 miljoen euro hoger uitvielen, resteren er geen gelden om in 2022 de tarieven mee te dempen.

VEMW, 2 december 2021

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar
deze pagina.