24 november 2021

Elektrische boiler in industrie biedt operationele flexibiliteit en netwerkstabiliteit

Aanpassing netwerk tariefstructuur en ondersteuning onrendabele top noodzakelijk

De eerste toepassingen van elektrische boilers (e-boilers) in de industrie laten een potentieel zien om warmte en stoom te produceren met lagere CO2-emissies, lagere operationele energiekosten en een grotere operationele flexibiliteit, die ook nog eens bijdraagt aan de stabiliteit van de elektriciteitsvoorziening. De ervaringen tonen óók de noodzaak aan om voortvarend de netwerk-tariefstructuur en de ondersteuning van de onrendabele top (ORT) aan te passen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de eerste Inspiratietour van dit seizoen, wederom georganiseerd door RVO, VEMW en NVDE, met bijdragen van energiebedrijf Eneco, kartonproducent DJP De Hoop en aardappelverwerker Avebe. In het volgende webinar op 14 december staat de industriële warmtepomp centraal.

Potentieel
Een van de belangrijkste oplossingsrichtingen om de CO₂-emissies uit de industriële productieprocessen te reduceren, is het overschakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare elektriciteit: elektrificatie van de warmtevraag. Dat kan onder meer door de toepassing van een e-boiler. Het aantal toepassingen van de e-boiler in Nederland is nu nog op één hand te tellen, maar daar komt mogelijk snel verandering in. In de 2020 openstellingsronde van de stimuleringsregeling SDE++ zijn 27 projecten - met cumulatief 563 MW aan vermogen - ingediend. Voor 14 projecten (389 MW) is een beschikking afgegeven, met een subsidiebehoefte van gemiddeld 109 euro per vermeden ton CO2. De grootste vermogens zitten in stadsverwarmingsprojecten. Het grootste aantal projecten zit in de industrie, met vermogens van zo’n 10-25 MW per project. Toepassing van e-boilers kan relatief snel gerealiseerd worden in een periode van1,5-2 jaar, zeker wanneer geen verzwaring van de aansluiting nodig is, bijvoorbeeld omdat een bedrijf over een WKK beschikt die nu netto elektriciteit aan het net levert, of er door de historische situatie voldoende extra capaciteit beschikbaar is.

Operationaliteit
De vergroening van de elektriciteitsproductie, met een intermitterend aanbod van wind- en zon, leidt tot een verschuiving van het aanbod dat op kwartier-, uur-, dag- week- en maandbasis niet altijd matcht met de vraag, die overigens óók verandert. De volatiliteit in de elektriciteitsprijs neemt toe met enorme pieken, oplopend tot 450 euro/MWh op de spotmarkt. Daarnaast is het niveau van de elektriciteits-, gas- en CO2-prijzen de afgelopen maanden fors gestegen. Beide ontwikkelingen bieden kansen om naast de reductie van de CO2-uitstoot de operationele – energie – kosten te reduceren door, inspelend op actuele prijzen te schakelen tussen de e-boiler en de bestaande gasinstallatie (WKC of ketel). Met een energietransitie die de komende jaren nog grotere verschuivingen te zien gaat geven neemt het aantal vollasturen, dat een e-boiler kostenefficiënt kan draaien, toenemen van een niveau van 500-1000 uur/jaar naar 2000-3000 uur/jaar.

Flexibiliteit
De snelheid van schakelen tussen elektriciteit (e-boiler) en gas (WKK, ketel) kan niet sneller dan de langzaamste in de bedrijfsketen, en dat is de conventionele gasinstallatie. Die installatie kan dat echter wel sneller dan conventionele kolen- en gascentrales. Dat maakt het vanuit de prijsprikkel die de commoditymarkt (onbalansmarkt) biedt mogelijk om de energiekosten van het industriële bedrijf te reduceren én een bijdrage te leveren aan de netstabiliteit. Wanneer een bedrijf beschikt over een WKC én netto elektriciteit levert aan het net, kan de combinatie met een e-boiler leiden tot een lagere belasting van het openbare elektriciteitsnet

Sleutel
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “VEMW heeft bij herhaling aandacht gevraagd voor het belang van elektrificatie van de industrie en de noodzaak om belemmeringen weg te nemen voor toepassing in de praktijk. Het is bijzonder verheugend nu blijkt dat bedrijven actief aan de slag gaan met het inpassen van elektrische boilers in hun warmte- en stroomvoorziening. Maar de ervaringen tonen ook de noodzaak aan om voortvarend de netwerk-tariefstructuur en de ondersteuning van de onrendabele top aan te passen.”

VEMW, 24 november 2021

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar
deze pagina.,