8 maart 2021

GTS voorziet forse stijging gastransporttarieven in 2022

Transportboekingen nemen snel af en nacalculatieposten toe

Toezichthouder ACM heeft maandag 8 maart het voorstel voor de gastransporttarieven 2022 van landelijk netbeheerder GTS gepubliceerd. Die tarieven zijn gebaseerd op de toegestane omzet volgens het nieuwe Methodebesluit 2022-2026 en de verdeling van die kosten over de geboekte transportcapaciteiten. Gemiddeld stijgen de tarieven met 17 procent t.o.v. 2020 door afname van de transportboekingen, een verhoging van de toegestane omzet en meerdere nacalculaties. Voor de eindverbruikers met een aansluiting op het landelijk gastransportnet bedraagt de stijging op het exitpunt ruim 12 procent en wordt het all-in tarief 2,571 €/MWh/hr/jr (2021: 2,2902 €///).

Tariefgrondslag
De tarieven voor 2022 zijn gebaseerd op de toegestane omzet die GTS mag maken voor de uitvoering van de wettelijke transport(gerelateerde) taken die zij uitvoert. De doelmatige kosten worden bepaald door het nieuwe Methodebesluit dat ACM  recentelijk heeft vastgesteld voor de reguleringsperiode 2022-2026. De kostenverdeling vindt plaats over de verwachtingen t.a.v. geboekte transportcapaciteit (entries en exits), de aansluitdienst en de systeemdiensten kwaliteitsconversie en netbalancering. Sinds 1 januari 2020 hanteert GTS een zogenoemd ‘postzegeltarief’ voor de wettelijke taken, gebaseerd op de Europese netwerkcode over tariefstructuren (NC-TAR). Op basis van de nieuwe referentieprijsmethodiek bevat het voorstel één referentieprijs voor alle entrypunten en één referentieprijs voor alle exitpunten in Nederland (uniforme postzegels), met een kostenverdeling van 40 (entries) : 60 (exits). Alleen voor entry- en exitpunten die verbonden zijn met gasopslagen gelden andere referentieprijzen vanwege een korting van 60 procent die voor deze punten geldt.

Omzetverhoging
De toegestane omzet van GTS stijgt in 2022 met 9 procent van 861 (2021) naar 929 mln euro per jaar. Op grond van een benchmark van Europese transmissiesysteembeheerders is het efficiëntieniveau met 93,7 procent ruim 7 procent hoger vastgesteld dan in de vorige periode 2017-2021. Daarnaast wordt de kapitaalslastenvergoeding (WACC) nominaal vastgesteld, dus met compensatie voor de inflatie. Voorheen werd die compensatie toegepast op de activa waarde (GAW) met een reële WACC. In het methodebesluit vindt voorts een versnelde afschrijving (factor 1,3) plaats, waarbij toekomstige kosten nu al in rekening gebracht worden om de leegloop van leidingen in de toekomst - als gevolg van productiebeperkingen en energietransitie (‘van het gas los’) - op te kunnen vangen. Tot slot is er een forse toename van kosten die (eenmalig) nagecalculeerd mogen worden door GTS. Dat geldt bijvoorbeeld voor de energiekosten voor kwaliteitsconversie, ombouwkosten Groningenveld (stikstoffabriek, ombouw grootverbruikers G-gas), de administratieve onbalans, veilingopbrengsten van grenscapaciteit, de kapitaalslastenvergoeding en desinvesteringen.

Afname rekenvolumina
De belangrijkste reden voor de gemiddelde stijging van de tarieven met 17 procent is de dalende trend van de rekenvolumina (verkochte transportcapaciteit), die met 12 procent daling verder en eerder doorzet. Als de geboekte capaciteit daalt, stijgen de tarieven per eenheid capaciteit. Omdat de transportcapaciteit die GTS verkoopt sneller daalt bij de invoeding van gas (16 procent: m.n. Groningenveld, Kleine Velden, gasopslag) dan bij de onttrekking (8 procent, waarbij industrie en huishoudens redelijk constant blijven), en het feit dat de kostenverdeling tussen invoeding en onttrekking 40:60 bedraagt, stijgen de 2022 exittarieven (postzegel 2,571 euro/kWh/uur/jaar) met ruim 12 procent minder sterk dan de entrytarieven (2022 postzegel 2,201 euro/kWh/uur/jaar): +22 procent.

Verwachtingen
ACM beoordeelt het tarievenvoorstel en bepaalt naar verwachting in mei van dit jaar de hoogte van de GTS-tarieven die zullen gelden vanaf 1 januari 2022.

GTS verwacht voor de periode 2023-2026 een gedemptere tariefstijging voor de exitpunten van zo’n 4 procent per jaar, gebaseerd op onder meer een rekenvolume daling op die punten van 272 (2022) naar 221 (2026) mln kWh/uur/jaar, en een gemiddelde inflatie van 1,7 procent per jaar.

VEMW, 8 maart 2021

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina.