21 december 2020

PBL: houtige biomassa nodig als overbruggingstechnologie warmtevoorziening

VEMW pleit voor open dialoog en consistent overheidsbeleid

Houtige biomassa is nodig als overbrugging voor de – laagwaardige – warmtevoorziening om invulling te kunnen geven aan de verduurzamingsstrategie voor warmtenetten uit het Klimaatakkoord 2030 en de verduurzaming van de gebouwde omgeving op de lange termijn. Alternatieve warmtebronnen zoals geothermie, industriële restwarmte en aquathermie kunnen op de korte termijn nog niet snel genoeg worden opgeschaald om een alternatief te gaan bieden voor de inzet van biomassa. Het stopzetten van nieuwe subsidies voor houtige biomassa voor laagwaardige warmteproductie zal dan ook negatief doorwerken op de realisatie van de klimaatdoelen. Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het ‘Advies uitfasering houtige biogrondstoffen voor warmtetoepassingen’ dat vrijdag jl. is gepubliceerd. VEMW is verheugd over dit advies dat bijdraagt aan  een open dialoog tussen belanghebbende partijen en een consistent overheidsbeleid. 

Aanleiding
PBL heeft zijn advies geschreven in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), dat de ambitie heeft om op termijn de inzet van houtige biomassa voor lagetemperatuurwarmte af te bouwen. Daarbij is, mede op verzoek van de Tweede Kamer, door het Ministerie advies gevraagd over een eindjaar voor het toekennen van nieuwe subsidies.

Een van de oplossingsrichtingen voor verduurzaming van de gebouwde omgeving is de realisatie van warmtenetten, waarvoor een bepaalde schaalgrootte nodig is om doelmatig te kunnen opereren. PBL stelt dat wanneer het beleid zich meer richt op gebouwgebonden alternatieve warmtebronnen, dit belemmerend kan zijn voor de uitrol van collectieve warmtenetten. Hoe meer gebouwen in een wijk reeds verduurzaamd zijn, des te onrendabeler het wordt om voor de rest een warmtenet aan te leggen. Daarmee wordt het lastiger lokaal beschikbare laagwaardige warmtebronnen zoals geothermie, aquathermie, en restwarmte te ontsluiten die niet voor andere toepassingen benut kunnen worden. Voordat een nieuw warmtenet de benodigde schaalgrootte heeft, zal eerst een andere warmtebron zoals biomassa of – fossiel - aardgas, nodig zijn. En ook voor het invullen van de middenlast (vooral in de winter) en de piekvraag (op extra koude dagen) in warmtenetten zijn andere duurzame warmtebronnen vooralsnog niet geschikt. Het is daarom volgens de onderzoekers te overwegen om gebruik van houtige biomassa voor specifieke toepassingen of voor een beperkte overbruggingsperiode, toelaatbaar te achten.

Feitengebaseerd beleid
Algemeen directeur Hans Grünfeld: “Ook in een klimaatneutrale, circulaire economie is een belangrijke rol weggelegd voor biomassa. Als voedingsbron, constructiemateriaal, grondstof voor kunst(mest)stoffen, papier en karton én als energiebron. Bij toepassing moet het vertrekpunt zijn een zo hoogwaardig, optimaal en doelmatig mogelijk gebruik van de beschikbare biomassa. Het PBL stelt terecht dat in de transitie van de bestaande lineaire naar een circulaire economie biomassa naast grondstof onmisbaar is als energiebron, als transitiebrandstof. Met name daar waar nog geen of onvoldoende betrouwbare en betaalbare alternatieven beschikbaar zijn. Biomassa inzet als energiebron vraagt keuzes van de overheid met betrekking tot bronnenbeheer, toepassingen, emissie-eisen en veiligheid, certificering en handhaving. En stimulering van innovatie om technisch betrouwbare en betaalbare alternatieven versneld in te kunnen zetten als alternatief voor met name de energetische toepassingen van biomassa. Volgens VEMW zijn een open dialoog tussen belanghebbende partijen – op basis van feiten - en een betrouwbare overheid noodzakelijke voorwaarden om de complexe transitie naar een circulaire economie - waarin biomassa een cruciale rol speelt - mogelijk te maken.”

Meer informatie kunt u hier vinden. 

VEMW, 21 december 2020

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina.