8 september 2020

Kabinet gaat met Nationaal Groeifonds toekomstig groeivermogen versterken

Aandacht nodig voor investeringen met indirect bbp effect

Het kabinet heeft de vormgeving gepresenteerd van het op te richten investeringsfonds, zoals is aangekondigd in de Miljoenennota 2020. Dit fonds is gericht op publieke investeringen in kennisontwikkeling, R&D en innovatie, en infrastructuur, die bijdragen aan het verdienvermogen (het structurele bbp), en krijgt de naam Nationaal Groeifonds. Een eerste tranche van 20 mrd euro voor de komende 5 jaar wordt op Prinsjesdag in de begroting opgenomen.  In het najaar zal het kabinet met nadere informatie komen over de verdere vervolgstappen. VEMW is positief over het duidelijke signaal en de middelen die het kabinet beschikbaar stelt en plaatst een aantal kanttekeningen.

Verdienvermogen
Nederland is weliswaar een van de meest concurrerende economieën van Europa, maar staat ook voor grote opgaven, zoals een afgenomen productiviteitsgroei, een toenemende vergrijzing, een veranderde geopolitieke context, klimaatverandering en meer recent de economische gevolgen van de coronacrisis. Zonder nadere maatregelen wordt een steeds groter deel van onze welvaart besteed aan publieke voorzieningen. Nederland moet een ondernemers- en vestigingsklimaat blijven bieden dat inspeelt op de bedrijvigheid van straks. Met een toekomstig evenwichtig verdienmodel op basis van respect voor milieu, mensen en samenleving. In de Miljoenennota 2020 is daarom aangekondigd dat het kabinet met een brede agenda komt om ons duurzame verdienvermogen op de lange termijn te versterken. Die brede agenda is er nu met de presentatie van het Nationale Groeifonds. Dat fonds richt zich op onderwijs, een leven lang ontwikkelen, participatie, versterken van onderzoeks- en innovatie-ecosystemen, bereikbaarheid (infrastructuur, waaronder energie en digitalisering) en benutting van maatschappelijke transities. Dat staat overigens los van de tijdelijke COVID-19 regelingen om de economie op korte termijn te ondersteunen, en de reeds ingezette klimaatinstrumenten zoals de SDE++ en InvestNL.

Structuur groeifonds
Met het oprichten van een specifiek geoormerkt fonds, los van reguliere beleidsbegrotingen, beoogt het kabinet een schaalsprong op de lange termijn mogelijk te maken in kennisontwikkeling, R&D en innovatie en fysieke infrastructuur. Het fonds krijgt een stabiel jaarlijks budget, om de continuïteit van de investeringen te waarborgen. Dat budget kan bij eventuele onderuitputting worden meegenomen naar volgende jaren, zodat het niet leidt tot uitgavenruimte voor andere doeleinden.

Het fonds komt op gepaste afstand van de politiek te staan. Een onafhankelijke commissie zal de investeringsvoorstellen op basis van vooraf vastgestelde criteria beoordelen. Vervolgens brengt de beoordelingsadviescommissie een zwaarwegend en leidend advies uit. Dit advies is maatgevend en zal openbaar worden gemaakt. Met een leidende rol voor de onafhankelijke commissie en een vooraf vastgesteld toetsingskader, wil het kabinet bevorderen dat de selectie van projecten leidt tot een doelmatige en doeltreffende besteding van de middelen uit het fonds. Naast het beoordelen van ingediende voorstellen houdt de commissie de voortgang van projecten bij. De commissie rapporteert publiekelijk over haar werkzaamheden. Tijdens de jaarlijkse Staat van de Economie zullen de fondsbeheerders de investeringsplannen presenteren aan het parlement. Het fonds wordt elke vijf jaar geëvalueerd. Twee jaar na de oprichting zal ook een tussentijdse evaluatie plaatsvinden met bijzondere aandacht voor de governance.

Het Groeifonds heeft betrekking op projectsubsidie of -aanbesteding en verstrekt geen generieke publieke financiering aan private bedrijven. Het fonds heeft hiermee een ander doel dan Invest-NL. Rendabele bedrijven en projecten die zich richten op maatschappelijke transitie-opgaven en groei kunnen in beginsel bij Invest-NL terecht als financiering door marktfalen niet tot stand komt. Het Groeifonds richt zich nadrukkelijk op investeringen met een publiek belang die ten dienste staan van het verdienvermogen van Nederland, maar waarop geen voldoende privaat rendement kan worden behaald. Het fonds heeft geen revolverend karakter en geen rendementsdoelstelling. Het fonds en Invest-NL zitten daarmee duidelijk in andere fases van de ontwikkeling van projecten en bedrijven en zijn aanvullend op elkaar.

Kanttekeningen
Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “wij zijn positief over het initiatief van het kabinet om een groeifonds voor de lange termijn op te zetten, als aanvulling op het bestaande instrumentarium voor de korte termijn, zoals de SDE++, fiscale maatregelen (EIA, MIA, Vamil) en InvestNL. Het is een duidelijk signaal naar de maatschappij dat de overheid bereid is middelen ter beschikking te stellen voor de transitie van onze samenleving. Kanttekening is dat daarvoor nog veel méér nodig is dan de gemiddeld 4 mrd euro uit de eerste tranche. Een tweede kanttekening is de gewenste bijdrage aan het verdienvermogen, het bbp van Nederland. Wij vragen hier nadrukkelijk aandacht voor tweede-orde-effecten van investeringen in bijvoorbeeld een goede fysieke infrastructuur, die van groot belang en voorwaardenscheppend zijn voor de industrie om de transitie naar duurzame processen en producten te kunnen maken, maar die niet direct het bbp verhogen. Dat geldt niet alleen voor energietransport, maar ook voor strategieën ter vermindering van broeikasgasemissies en digitale verbindingen.”

VEMW,

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina.