28 augustus 2020

Samenwerking in plaats van klassenstrijd sleutel tot duurzame samenleving

Duurzame industrie is belang bedrijven en burgers voor welvaart en werkgelegenheid

Voor Milieudefensie is het probleem eenvoudig: “we kunnen de klimaatcrisis alleen stoppen als we het met z’n allen doen. De meeste mensen en ondernemers willen wel maar de industrie doet niet mee.” De “grote vervuilende industrie” belemmert de verduurzaming van onze samenleving omdat zij de rekening bij huishoudens en het MKB leggen. Deze stelling is even onzinnig als onjuist. Het verdient aanbeveling om van de industrietransitie geen nieuwe klassenstrijd te maken, want juist in samenwerking tussen burgers en bedrijven ligt de sleutel voor een echte duurzame samenleving. Dat is de boodschap van algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW. Een verkorte versie is opgenomen in De Telegraaf.


Obstakel
In haar niet aflatende ijver om de industrie als obstakel voor de oplossing van het klimaatvraagstuk weg te zetten publiceerde Milieudefensie op 13 augustus jl. een notitie, getiteld: “MKB betaalt vergroening zware industrie”. Hierin concludeerde de klimaatactivisten dat bedrijven als Tata Steel niets bijdragen aan hun eigen verduurzaming. Milieudefensie kwam tot dit inzicht op basis van onderzoek naar de energiebelasting-afdrachten en de bijdragen aan de ODE-subsidiepot voor duurzame energie- en CO2 -reductieprojecten van burgers en bedrijven.

Door selectief met gegevens om te gaan wordt een onjuist beeld geschetst. De opbrengsten van energiebelasting gaan naar de schatkist en zijn niet bedoeld ter bekostiging van de verduurzaming van onze samenleving. De opbrengsten van de ODE-heffing zijn dat wel, maar vormen niet de enige subsidiebron voor verduurzamingsmaatregelen. Naast de SDE+ en SDE++, die met de opbrengst van de ODE gefinancierd worden, zijn er bijvoorbeeld Energie- en Milieu-investeringsaftrekregelingen, fiscale maatregelen ter stimulering van de plaatsing van zon-pv bij huishoudens en niet te vergeten de verlaging van de fiscale bijtelling ter stimulering van energie/ CO2 -zuinige bedrijfsmiddelen. Regelingen waarvoor honderden miljoenen euro’s belastinggeld als subsidie ter beschikking worden gesteld aan burgers en bedrijven.

Investeringen
Waar Milieudefensie in haar betoog aan voorbijgaat is dat de werkelijke kosten van de energie- en industrietransitie factoren hoger zijn dan de pot met opbrengsten van de ODE-heffing en dat deze rekening uiteindelijk door de consument betaald zal worden. Voor de energie-intensieve industrie staan tegenover een door de ODE-beschikbaar budget van maximaal € 550 miljoen in 2030, investeringen in de orde van minstens het tienvoudige; uitgaven aan ODE-heffing (€550 miljoen); kosten die al gauw oplopen tot zo’n € 1-2 miljard voor het Europese CO2 -emissiehandelssysteem en een nog onbekende afdracht via de aangekondigde Nederlandse CO2 -heffing. Deze kosten zullen door de bedrijven doorberekend moeten kunnen worden in de prijs van hun producten, geheel conform het beginsel van de vervuiler betaalt.  Als dat niet het geval is, zullen deze bedrijven het afleggen tegen hun concurrenten die deze kosten niet hebben. Dat vormt op dit moment de reden voor de beperkte toerekening van heffingen en de toepassing van ontheffingen.

Selectief beeld
Ronduit zorgelijk is dat een selectief beeld van de werkelijkheid burgers en bedrijven onderling en tegen elkaar uitspeelt terwijl omwille van een succesvolle transitie samenwerking geboden is. Over de noodzaak tot investering in drastische verlaging van de CO2 -uitstoot bestaat in de industrie nauwelijks nog discussie. Dat dat in sommige gevallen ook tot hogere kosten voor de klant leidt evenmin. Transparantie over de kosten en de baten hiervan is daarom cruciaal. Een duurzame industrie biedt perspectief voor de continuïteit van de bedrijven, maar vooral ook voor de toekomstige welvaart en werkgelegenheid van de burgers van Nederland. Door nu gezamenlijk op te trekken en slim te investeren in bijvoorbeeld waterstoftechnologie helpen we niet alleen bedrijfsprocessen te verduurzamen, maar bieden we tevens mogelijkheden voor de verduurzaming van ons vervoerssysteem, de stedelijke omgeving en de energievoorziening. Zo staan industrie en andere bedrijven en burgers niet tegenover elkaar, maar naast elkaar in hun gezamenlijke inspanningen ten behoeve van een duurzame samenleving.

Een enigszins verkorte versie van deze boodschap is opgenomen in De Telegraaf.

Meer informatie kunt u hier vinden. 

VEMW, 28 augustus 2020

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina.