6 maart 2020

Afry onderzoek: onzekere toekomst subsidievrije windparken

Vraag naar groene elektriciteit kan drijvende kracht zijn

Gisteren verscheen een onderzoeksrapport naar hoe wind-op-zee projecten ook in de toekomst subsidievrij gebouwd kunnen blijven worden. Het onderzoek is de afgelopen maanden door onderzoeksbureau Afry uitgevoerd in opdracht van het ministerie van EZK. Een van de belangrijkste conclusies is dat de businesscase van windparken op zee afhankelijk is van de extra vraag naar groene stroom.  Het rapport bevestigt de noodzaak van verder overleg tussen de windsector (NWEA), industrie (VEMW) en de overheid (EZK).


Onzekere toekomst subsidievrije windparken
Het Afry-onderzoek vloeit voort uit het Klimaatakkoord. Daarin is afgesproken dat de Rijksoverheid en de windsector gezamenlijk onderzoeken of wind-op-zee (WoZ) projecten ook zonder subsidie kunnen blijven groeien. In het rapport is onderzocht hoe de businesscase voor WoZ zich verder ontwikkelt en welke maatregelen eventueel kunnen worden genomen om die businesscase positief te beïnvloeden. Het rapport concludeert dat het uitgangspunt van subsidievrij bouwen er mogelijk toe kan leiden dat de Klimaatakkoord doelstelling van 11 GW WoZ in 2030 niet gehaald wordt. Belangrijkste oorzaken: een aantal risico’s en ontbrekende marktvoorwaarden. Zo zou de Nederlandse windsector moeten concurreren met andere landen en technologieën, zullen de prijzen voor windenergie (elektriciteit) naar verwachting harder dalen dan verwacht, zijn er enorme investeringen nodig om tijdig en voldoende infrastructuur te realiseren en spelen er vraagstukken rondom ruimtelijke ordening.

Afstemming vraag en aanbod
Het rapport bevat ook een aantal oplossingsrichtingen. Een van de belangrijke aanbevelingen is dat de vraag naar duurzame elektriciteit als belangrijke drijvende kracht is voor de businesscase van WoZ parken gestimuleerd moet worden. Vraag en aanbod naar hernieuwbare elektriciteit zouden beter op elkaar afgestemd moeten worden. Daarnaast is flexibilisering van de vraag, waarbij energiegebruikers kunnen reageren op prijssignalen, een ander element dat de businesscase van windparken in potentie kan verbeteren. Het rapport concludeert dat de potentiële vraag vanuit de industrie doorslaggevend kan zijn. Dat vormt aanleiding om nader onderzoek te doen en daar zowel het Rijk, de windsector als de industrie in te betrekken.

Verder in gesprek over gezamenlijke uitgangen en kansen
VEMW voerde in het kader van het Klimaatakkoord het afgelopen jaar gesprekken met de wind- en energiesector over het belang van de gezamenlijke groei van hernieuwbare elektriciteit en elektrificatie in de industrie. Aan de Elektriciteitstafel is daarom afgesproken om via vraagsturing in de SDE++ de uitrol van duurzame productie te intensiveren. Om succesvol te kunnen elektrificeren in de industrie, moet echter wel aan een aantal belangrijke randvoorwaarden worden voldaan, zoals de inpassing van complexe systemen in bestaande industriële processen (denk aan hybride ketels), de tijdige beschikbaarheid van voldoende infrastructuur, een competitieve inkoopprijs, leveringszekerheid en voldoende aanbod aan duurzame elektriciteit. In dit licht is het goed dat het Afry-rapport oproept om de gesprekken tussen de betrokken sectoren en de overheid voort te zetten. Verdere afstemming tussen vraagontwikkeling en nieuwe productie én het adresseren van barrières om te elektrificeren zijn nodig om de energietransitie te versnellen en betaalbaar te houden.

Meer informatie kunt u hier vinden. 

VEMW, 6 maart 2020

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina