4 november 2019

KEV 2019: klimaatdoelstellingen 2020 waarschijnlijk niet gehaald

Maatregelen voor 2030 niet volledig meegenomen door PBL

 Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) publiceerde vrijdag de Klimaat en Energieverkenning (KEV) 2019. De KEV is het nieuwe basisscenario voor actuele en toekomstige analyses van ons energiesysteem, energie- en CO2-prijzen en de uitstoot van broeikasgassen. Belangrijke conclusies: de CO2-uitstoot is gedaald en deze trend zet zich voort, het aandeel hernieuwbare elektriciteit flink gaat stijgen de komende jaren en het energiebesparingstempo is sinds 2013 flink toegenomen. Desondanks zullen verschillende klimaatdoelstellingen van het kabinet voor 2020 waarschijnlijk niet gehaald worden.

Doelstellingen broeikasgasreductie
De KEV vervangt de Nationale Energie Verkenning (NEV) en zal de jaarlijkse monitoring van het energie-en klimaatbeleid vormen onder de nieuwe Klimaatwet. Omdat het Klimaatakkoord pas in juni 2019 werd gepresenteerd zijn niet alle maatregelen, onder andere die voor de industriesector, meegenomen in de KEV. PBL heeft wel een Policy Brief gepubliceerd waar de effecten en aandachtspunten van de maatregelen uit het Klimaatakkoord in worden beschreven. Het PBL concludeert dat de uitstoot van broeikasgassen daalt en dat deze trend zich voortzet in de toekomst. Het is echter naar verwachting niet genoeg om de nationale reductiedoelstelling voor 2030 van 49% (ten opzichte van 1990) te halen. De verklaring hiervoor ligt de lagere brandstofprijzen (aardgas en olie) in 2030 en de  hogere CO2-prijs (PBL verwacht een ETS-prijs van 47 euro per ton CO2 in 2030). Er zullen hierdoor meer emissies vrij komen in de elektriciteitssector, mobiliteit en industrie. Op basis van de maatregelen die zijn meegerekend zal Nederland in 2030 uitkomen op een reductie tussen de 43% en 48%. Voor 2020 voorziet PBL een reductie van 23%, maar met een bandbreedte van 19-26%. Daarmee zou de Urgenda doelstelling (25% reductie) mogelijk niet gehaald worden. PBL geeft aan dat er onzekerheden zijn die het tempo van reductie kunnen beïnvloeden. De elektriciteitssector is gevoelig voor veranderingen in prijzen van kolen, gas en CO₂ waar de verwachte daling van emissies juist het sterkst is in die elektriciteitssector.

Trends energiemix en energiebesparing
PBL voorziet een flinke toename van het aandeel hernieuwbare elektriciteit: in 2030 zal dit twee derde van de landelijke elektriciteitsmix omvatten. PBL verwacht de grootste toename nadat kolen volledig zijn uitgefaseerd door de laatste kolencentrales. Daarnaast zal Nederland meer elektriciteit gaan importeren in 2020. Nederland is sinds 2018 een netto-gasimporteur en die netto-import zal verder toenemen. Het aandeel gas zal verder krimpen door de groei van hernieuwbare elektriciteit. In 2030 zullen de gascentrales waarschijnlijk vooral raaien als er minder wind of zon is. In 2020 wordt de Europese doelstelling aandeel hernieuwbare energie van 14%, die was vastgelegd in het Energieakkoord 2013, echter waarschijnlijk niet gehaald. Deze zal naar verwachting blijven hangen rond de 11,4%. Op het gebied van energiebesparing neemt het finale energieverbruik af en het besparingstempo zal tussen 2013-2020 naar verwachting ook veel hoger liggen dan voorheen. Dit komt voornamelijk door de afspraken uit het Energieakkoord. Na 2020 is er nog geen nieuw beleid voor energiebesparing. De doelstelling 100 petajoule energiebesparing uit het Energieakkoord wordt niet gehaald volgens het PBL.

The devil is in the detail
In de Policy Brief stelt PBL dat het nu aankomt op de uitvoering van de afspraken. De afspraken die na 1 mei 2019 zijn bepaald, zoals de aangescherpte maatregelen voor de industrie in het Klimaatakkoord, zijn echter niet meegenomen in de KEV. Algemeen directeur van VEMW Hans Grünfeld: “De KEV laat zien dat door inspanning van verschillende sectoren de doelstellingen voor 2020 aanzienlijk dichterbij zijn gekomen, maar nog niet volledig binnen bereik. Het is echter lastig om iets zinnigs te zeggen over CO2-reductie in 2030 zonder dat een aantal cruciale maatregelen uitgewerkt zijn. De vormgeving van de SDE++, de nieuwe subsidieregeling voor CO2-reducerende maatregelen in de industrie, is nog niet volledig afgerond. Daarnaast is nog niet duidelijk hoe de CO2-heffing voor de industrie eruit gaat zien. VEMW is samen met verschillende partijen bezig om dit helder te krijgen. Daarbovenop moeten dilemma’s worden opgelost, zoals de samenhang tussen maatregelen van bedrijven en de infrastructuur die daarvoor voldoende aanwezig moet zijn. Tijdige en adequate infrastructuur is voor bedrijven noodzakelijk om te kunnen verduurzamen op een doelmatige manier.” Dat laatste is een belangrijke prioriteit van de Taskforce Infrastructuur Industrie, die de minister gaat adviseren over toekomstige infrastructuur. Hans Grünfeld is hier lid van.  

VEMW, 1 november 2019

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina