1 februari 2019

Gaswinning Groningen hoeft niet per direct verder terug geregeld

Instemmingsbesluit minister EZK voorlopig van kracht

De gaswinning uit het Groningenveld hoeft voorlopig niet verder te worden teruggebracht dan staat in het nieuwe instemmingsbesluit van de minister voor EZK voor het gasjaar 2018-2019. De NAM mag voor dit gasjaar een hoeveelheid gas winnen die nodig is om de gaslevering te kunnen garanderen (19,4 mrd Nm3 voor een gemiddeld jaar). Dit is de voorlopige uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In afwachting van de definitieve uitspraak in de bodemprocedure ziet de rechter geen aanleiding om de gaswinning voorlopig helemaal stil te leggen of sterk in omvang terug te brengen, zoals twee verzoekers in een spoedprocedure hadden gevraagd.

Afwegingen
De voorzieningenrechter heeft de belangen afgewogen en ziet geen aanleiding de gaswinning op dit moment helemaal stop te zetten of verder terug te brengen. Daarbij weegt zwaar dat de minister heeft gesteld dat er “onacceptabele risico’s” zullen ontstaan als dat gebeurt. Bedrijven kunnen failliet gaan en instellingen als ziekenhuizen en verpleeghuizen, alsmede huishoudens kunnen hun panden mogelijk niet meer verwarmen. Stopzetting of een sterke vermindering van de gaswinning brengen risico’s met zich mee voor het gasnet. 

De rechter stelt bovendien dat een abrupte stopzetting of beperking van de gaswinning een geringe winst oplevert voor de veiligheid, omdat dit niet direct leidt tot een lager risico op aardbevingen. Ook betrekt de voorzieningenrechter in zijn belangenafweging dat het kabinet besloten heeft om de gaswinning in Groningen op termijn verder af te bouwen en in 2030 geheel te beëindigen. 

Voorlopige uitspraak
Een spoedprocedure eist dat de voorzieningenrechter snel een voorlopige uitspraak doet. Voor een grondige inhoudelijke beoordeling van alle bezwaren – en grote en tegengestelde belangen - moet de rechter nader onderzoek doen. Dat kan niet in deze spoedprocedure. Daarom geeft de voorzieningenrechter in zijn uitspraak een voorlopig oordeel, gebaseerd op een afweging van alle betrokken belangen. Naar verwachting zal de Raad in de tweede helft van april een rechtszitting houden, waarop zij de bezwaren van 26 personen en organisaties tegen de gaswinning uitgebreid zal behandelen en een definitieve uitspraak zal doen.


Meer informatie kunt u hier vinden.

Bron: VEMW, 1 februari 2019

Bij hergebruik gelieve terug te linken naar deze pagina